gratis bewoning

Voordeel voor gratis bewoning: wat moet jij erover weten?

Voordeel voor gratis bewoning: alles wat jij moet weten

Zodat. Jouw vennootschap heeft geïnvesteerd in een onroerend goed én stelt dat ter beschikking van haar bedrijfsleider, die daar woont (en werkt). Ondertussen weet je al dat je belast wordt op een voordeel van alle aard wegens die private bewoning. De wetgever heeft, middels een k.B., sedert vele jaren een formule gedefinieerd om de waarde van dat voordeel te berekenen.

De formule

Deze formule is gebaseerd op het kadastrale inkomen (ki), geïndexeerd x 100/60 (gebouw) of 100/90 (terrein).

Wanneer die woning door een rechtspersoon (vennootschap) beschikbaar gesteld wordt, verhoogt dat voordeel plots met een factor 3,8 (eerder: 2) indien het ki groter is dan 745. Als het ki lager is dan 745, verlaagt die factor naar 1,25.

Met andere woorden, indien een natuurlijk persoon die woning beschikbaar stelt is dat, vanuit fiscaal standpunt, bijna 4 keer goedkoper dan wanneer diezelfde woning door een vennootschap beschikbaar wordt gesteld.

Het hof van beroep in gent heeft recentelijk een interessant vonnis geveld door te stellen dat het inderdaad een discriminerende bepaling is, en maw, enkel de eerste berekening (zonder de multiplicator) geldig is. Er is geen enkele reden om een andere berekening toe te passen wanneer de woning door een natuurlijke persoon of door een rechtspersoon ter beschikking gesteld wordt.

Subconclusie

Als je belast wordt op een voordeel wegens privatieve bewoning, kan je overwegen om een bezwaarschrift in te dienen om het teveel aan belastingen terug te vorderen.

Let wel, hoewel het k.B. Een berekening bevat om het voordeel te bepalen, waarop we ons nu baseren, heeft de fiscus ook een algemene bepaling rond voordelen, ingeschreven in de wetgeving zelf. Die stelt dat een voordeel niet lager kan zijn dat de werkelijke waarde. En eenen wet gaat boven een k.B….

Enige voorzichtigheid toch aan de orde is:
Het berekende voordeel kan best beter niet lager zijn dan de werkelijke huurwaarde van het gebouw. Bijvoorbeeld:

Ki = 2000 – huurwaarde = 1.500 euro per maand

Voordeel: 2.000 x 100/60 x 1.7153 x 3.8 = 21.727 euro

Voordeel na het arrest: 2.000 x 100/60 x 1.7153 = 5.718 euro

Huurwaarde: 1.500 x 12 = 18.000 euro & dit wordt wellicht de werkelijke waarde van het voordeel.

Conclusie

Het is de moeite om na te kijken of het voordeel waarop je niet wordt belast, substantieel hoger is dan de werkelijke waarde. In dat geval is een bezwaarschrift zeker zinvol.

Meer weten?

Aarzel dan niet om ons te contacteren!

bedrijfsfiets

Leve de bedrijfsfiets

Fiscaliteit van de bedrijfsfiets: waarmee moet je rekening houden?

Mobiliteit is een geweldige uitdaging in ons land. Bovendien wordt de fiscaliteit hier en daar ‘groener’. We gaan in dit artikel in op de fiscaliteit van de bedrijfsfiets.

Het uitgangspunt

Een bedrijfsfiets is een fiets die beschikbaar wordt gesteld aan de bedrijfsleider of medewerker. De fiets blijft dus eigendom van de onderneming, net zoals het ter beschikking stellen van een bedrijfswagen.

Eerst en vooral moet deze vraag beantwoord worden: mag er uitsluitend privatief gebruik gemaakt worden van de fiets of zijn ook beroepsmatige verplaatsingen aan de orde?

Enkel privaat gebruik

Het is niet toegelaten om een fiets beschikbaar te stellen voor puur private verplaatsingen. Als je dat wel doet, zal een voordeel van alle aard aan de orde zijn, geraamd aan de normale waarde (wellicht de waarde van de fiets én alle kosten die gemaakt zijn in dat verband)

Zowel beroepsmatig als privatief gebruik – iedereen wint!
Een vennootschap/zelfstandige die een fiets beschikbaar stelt voor zowel beroepsmatige verplaatsingen (waaronder woon-werkverkeer) als voor private verplaatsingen, kan alle kosten van die fiets (aankoop, onderhoud, verzekering, …) als beroepskost inbrengen. Meer nog, die kosten zijn 120% aftrekbaar. De extra 20% is een tijdelijke vrijstelling. Deze zal in ultimo bij de vereffening van de vennootschap belastbaar worden. De gebruiker van de fiets (werknemer of bedrijfsleider) wordt bovendien niet belast op een voordeel van alle aard voor het private gebruik ervan.

Meer nog, hij blijft recht hebben op de belastingvrije vergoeding per kilometer voor woon-werkverplaatsingen. Die vergoeding bedraagt actueel 0.145 euro per kilometer.

Welke fiets?

De wetgever voorziet nergens een beperking of bepaling van het soort fiets. Dat betekent dat zowel city bikes, mountainbikes als koersfietsen kunnen in voormelde regeling.

Let wel, er moet regelmatig beroepsgebruik (woon-werkverkeer) mee gereden worden.

De wetgever bepaalt, uiteraard, ook niet hoeveel die fiets mag kosten. Hoewel de fiscus de opportuniteit van de kost niet mag beoordelen, blijft de redelijkheid troef bij de aankoop.

Conclusie

Als je aan de voorwaarden voldoet, in hoofdzaak ook met de fiets gaan werken, is het absoluut mogelijk om een bedrijfsfiets in het leven te roepen. Wij zijn alvast pro!

aWhZVzLhlYWRlcnMvdldGVrYXNzYVhYNvdWaWndGVhbSwbmc

De ‘witte kassa’ in de horeca (gks) heeft een drempelbedrag van 25.000 EUR

Wat moet jij weten over de ‘witte kassa’ in de horeca (gks)?

Je herinnert je waarschijnlijk de commotie nog wel over de invoer van de zogenaamde ‘witte kassa’ in de horeca. Momenteel zijn restaurants en cateringdiensten, behoudens enkele uitzonderingen, verplicht om een witte kassa te installeren.

Initiële wetgeving

Er is ook een uitzondering voorzien voor exploitaties en etablissementen die hoofdzakelijk drank verschaffen. Initieel werd bepaald dat zij enkel een witte kassa moesten installeren wanneer 10% van hun omzet werd gerealiseerd door voeding. Deze regeling is na veel kritiek – waaronder van de Raad van State – aangepast vanaf 1 juli 2016.

Nu: een drempel

Indien de horecazaak, die voornamelijk dranken serveert, niet meer dan 25.000 EUR omzet (excl BTW) realiseert uit catering- en restaurantdiensten (voeding, dus), moet zij geen witte kassa installeren. In dat geval blijft ze wel gehouden tot het uitreiken van een BTW ontvangstbewijs.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Wij beantwoorden met veel plezier al jouw vragen!

aWhZVzLhlYWRlcnMvZmFjdHVyZWfYWNjbVudGluZRlYWucGn

Nieuwe invorderingsprocedure voor niet-betaalde facturen

Er is een wetsontwerp – de nieuwe invorderingsprocedure voor niet-betaalde facturen – op korte termijn op komst. Zit je nog met onbetaalde verkoopfacturen? Dan wordt er jou een alternatief aangeboden. Wij lichten toe!

Een alternatief voor onbetaalde verkoopfactoren? Het bestaat!

De wetgever heeft een alternatieve invorderingsprocedure in het leven geroepen, maar wel enkel voor onbetaalde facturen in een B2B-omgeving. De klassieke invordering via rechtstreekse dagvaarding blijft uiteraard behouden. Het alternatief, met als ultiem doel een snellere invordering, geldt enkel voor onbetwiste en vervallen schulden.

Het verloop

  1.  Je overhandigt (verplicht) de facturen aan je advocaat. Hij of zij kijkt de wettelijke vereisten om van dit alternatief gebruik te maken na.
  2.  Hij/zij geeft opdracht aan de gerechtsdeurwaarder tot het verzenden van “een aanmaning tot betalen”.
  3. Recht van antwoord van de schuldenaar middels een geijkt document (meegeleverd door gerechtsdeurwaarder), binnen één maand.
  4. De reactie van de schuldenaar kan zijn:

a) Betaling = einde procedure.

b) Tijdig en schriftelijke reactie van de schuldenaar?

c) Voorstel tot afbetaling.

Als je het ermee eens bent, dan stopt de procedure.

Maar als je het er niet mee eens bent, dan volgt stap d:

d) Hij betwist alsnog de facturen aan het einde van deze procedure, inclusief eventuele gewone dagvaarding.

e) Hij reageert niet.

5. Tenzij in geval van betwisting, zal de gerechtsdeurwaarder een “proces verbaal van niet betwisting” opstellen. Met dat document kan je tot effectieve invordering (beslag etc) overgaan.

Opgelet

Het is lang niet zeker dat deze procedure effectief een versnelling van invordering tot gevolg zal hebben, in vergelijking met de klassieke invorderingsmethoden. In het beste geval hoeven minder zaken voor de rechtbank beslecht te worden.

Deze nieuwe regeling zal kortelings van kracht gaan. We houden jou op de hoogte!

aWhZVzLhlYWRlcnMvYmVsYXNaWnZWfYWNjbVudGluZRlYWucGn

Vergeet niet uw buitenlandse inkomsten aan te geven!

De fiscale overheid heeft aangekondigd dat ze hierop systematische controle zullen uitoefenen. Gelet op de automatische uitwisseling van fiscale informatie tussen Europese landen is dat geen moeilijke oefening meer. Ze zal, bij niet of foutief aangegeven inkomsten, sancties opleggen.

Buitenlandse inkomsten kunnen gaan over:

  • onroerend goed dat in het buitenland is gelegen
  • bankrekeningen in het buiteland, al dan niet met roerende inkomsten
  • levensverzekeringscontracten afgesloten in het buitenland
  • beroepsinkomsten, maar ook pensioenen etc.

Hoewel dergelijke inkomsten in beginsel in België vrijgesteld worden van Belgische belastingen, zullen ze toch voor een verhoging zorgen van uw globale belastingdruk. Dat komt omdat er met die buitenlandse inkomsten wel rekening wordt gehouden om het tarief van belasting te bepalen.

Had u in het kalenderjaar 2015 dergelijke inkomsten, vergeet ze dan niet aan te geven in uw aangifte personenbelasting.

aWhZVzLhlYWRlcnMvZVsZHNjaHVsZGVuXFjYbnRpbmdZWFtLnBuZw

‘Snelle invordering’ van onbetwiste geldschulden

Sinds begin 2016 zijn enkel nieuwe wetten van kracht die het burgerlijk procesrecht en justitie efficiënter zouden moeten maken. Deze wetten kregen de naam ‘Potpourri’ gezien er diverse uiteenlopende bepalingen in één wet werden verzameld.

In Potpourri I wordt voor handelaars een nieuwe procedure voorzien tot invordering van onbetwiste geldschulden. Hiermee wordt er tegemoet gekomen aan de lange procedure die anders voor de Rechtbank van Koophandel wordt voorgelegd, met dikwijls tal van uitstellen, waarna men pas het vonnis kan gaan uitvoeren na het verloop van een beroepstermijn.

Dit procesverloop en vooral de kosten daaromtrent, zorgden ervoor dat sommige handelaars zelf speculeerden en bewust hun schulden niet betaalden, gezien men dikwijls niet de moeite nam om een procedure voor de Rechtbank aan te vatten.

Met de nieuwe wet, kan men schulden ‘snel’ invorderen indien:

– de schuld tussen handelaars bestaat (dus personen met ondernemingsnummer)

– ze opeisbaar en vaststaand is, en bijgevolg ‘onbetwist’ is.

Het is de advocaat van de schuldeiser die nagaat of aan deze voorwaarden voldaan zijn. Beslist hij dat de zaak in aanmerking komt voor de snelle invordering wordt het dossier overgemaakt aan een gerechtsdeurwaarder.

Na een aangetekende aanmaning van de deurwaarder heeft de schuldenaar 1 maand de tijd om tot betaling over te gaan. Bij deze aanmaning wordt een antwoordformulier gevoegd voor de schuldenaar die zo eventueel de schuld nog kan betwisten, of eventueel afbetalingstermijnen kan vragen.

De in te vorderen som bevat:

  • hoofdsom (zonder dat er een grens is)
  • invorderingskosten (kosten gerechtsdeurwaarder en advocaat) en wettelijke verhogingen
  • nalatigheidsinteresten (indien ze in de algemene voorwaarden staan en max. 10%)
  • schadebeding (indien in de algemene voorwaarden is opgenomen en max. 10%)

Indien er geen betaling, noch gemotiveerde beslissing of enig ander antwoord wordt ontvangen, binnen een termijn van 1 maand, zal de gerechtsdeurwaarder een PV opmaken. Dit PV wordt geregistreerd in een op te richten Centraal register en wordt zo uitvoerbaar verklaard.

De procedure zal dus inderdaad sneller zijn dan voor de Rechtbank, doch uiteraard enkel wanneer aan alle voorwaarden voldaan is. Of het goedkoper is zal nog moeten blijken, gezien de tussenkomst van een advocaat en gerechtsdeurwaarder onontbeerlijk blijven.

aWhZVzLhlYWRlcnMvbWFuYWdlbWVudCwbmc

Management- en bestuursvergoeding

Er bestaat al lange tijd enige controverse over de management- en bestuurdersvergoedingen. Zowel inzake de aftrekbaarheid van de kosten, als inzake de toepassing van BTW op die vergoedingen.

Naar aanleiding van recente rechtspraak van het Hof van Cassatie, zetten wij geheel graag nog eens voor u uiteen.

Directe belastingen

Men spreekt van een bestuurdersvergoeding wanneer het gaat om een vergoeding voor officiële mandaten (bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar).

De vergoeding wordt toegekend door de algemene vergadering.

Ze kan worden toegekend aan natuurlijke personen, maar ook aan rechtspersonen, voor de uitoefening van hun mandaat.

Wanneer ze toegekend wordt aan een andere vennootschap blijft het belangrijk dat er voldoende kan aangetoond worden welke prestaties er geleverd werden tov die vergoeding.

Bovendien is het belangrijk dat de vergoeding voldoet aan het arm’s length principe, dwz dat de vergoeding marktconform is, en ze op regelmatige basis wordt toegekend.

Als aan deze voorwaarden is voldaan, zal de fiscus, zonder al teveel vragen, de aftrekbaarheid van deze kosten aanvaarden.

Managementvergoedingen daarentegen, is een puur contractuele verbintenis, zonder een voormeld vennootschapsrechtelijk mandaat. Het zijn vergoedingen voor dienstverlening.

De fiscus kijkt met meer argwaan naar deze kosten.

Om de aftrekbaarheid niet in het gedrang te brengen is goede dossieropbouw/onderbouwing van de geleverde prestaties (vb time sheet/agenda etc) erg belangrijk. Bovendien is het sterk aan te bevelen een geschreven overeenkomst op te stellen en ook hier het een marktconforme vergoeding wordt toegepast.

BTW

Managementvergoedingen zijn altijd onderworpen aan BTW. Zowel voor de natuurlijke persoon als voor vennootschappen. Voor bestuurders-natuurlijke personen, wijzigt er niets. Deze bestuurder was en is niet aan BTW onderworpen zijn.

Voor bestuurders-rechtspersonen daarentegen, wijzigt er na het arrest van Hof van Cassatie van 15 oktober 2015 wel één en ander.

Situatie tot en met 31 mei 2016

Gezien de aard van rechtspersoon, worden zij geacht zelfstandige te zijn, en zijn ze in principe onderworpen aan BTW, maar daar heeft de administratie steeds een toegeving gedaan, waardoor de bestuurder-rechtspersoon de keuze had tussen de toepassing van de gewone BTW-regels, of zich beroept op het ondergeschikt verband en dus niet onderworpen werd aan BTW.

De keuze is van toepassing op álle vergoedingen, dus ook de variabele vergoedingen zoals tantièmes, en de keuze is onherroepelijk, tenzij er duidelijk gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden kunnen worden ingeroepen.

Situatie vanaf 1 juni 2016

De keuze om gebruik te maken van de vrijstellingsregeling valt weg voor bestuurders-rechtspersonen. Dat wil zeggen dat álle rechtspersonen die bestuurder zijn, BTW plichtig zijn, en hun vergoedingen moeten factureren met BTW.

De wijziging werd al verschillende keren uitgesteld, en volgens de laatste berichtgeving treedt ze in werking vanaf 1 juni 2016. Concreet betekent dat, dat bestuurders-rechtspersonen zich in regel moeten stellen tegen 31 mei 2016, en een BTW nummer moeten aanvragen, zodat zij vanaf 1 juni geldige verkoopfacturen met BTW kunnen opmaken.

Deze wijziging neemt niet weg, dat bestuurders-rechtspersonen geen gebruik zouden kunnen maken van de vrijstelling voor kleine ondernemingen.

Indien ze jaarlijks niet meer dan 25.000,00 EUR factureren, kan art. 56 WBTW toegepast worden, en mogen ze alsnog facturen uitreiken zonder BTW, en worden ze vrijgesteld van het indienen van BTW aangiftes.

Bijkomende inlichtingen van de administratie, zullen nog meer duidelijkheid moeten brengen.

aWhZVzLhlYWRlcnMvZnJhdWRlXFjYbnRpbmdZWFtLnBuZw

Opgelet met staatsblad fraude

Een benoeming of ontslag van een zaakvoerder/bestuurder wordt gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgische Staatsblad. Net als een adreswijziging van je vennootschap.

Er is in feite weinig tot geen controle op de authenticiteit van de documenten (en meer in het bijzonder van de handtekeningen daarop) die aangeboden worden om in de bijlagen tot dat Staatsblad opgenomen te worden.

Malafide individuen maken daar al eens misbruik van om zichzelf te benoemen tot zaakvoerder/bestuurder in uw vennootschap, om vervolgens met uw vennootschap fraude- oplichtingspraktijken op te zetten.

Of ze vestigen hun vennootschap, dat niet meer is dan een lege doos, op uw adres met het oog op plegen van fraude of andere misdrijven).

En u weet nergens van …

Je kan natuurlijk af en toe eens na te kijken of er geen publicaties gebeurd zijn waar je niets van weet, maar nog handiger is om, bij elke wijziging, automatisch verwittigd te worden.

Dat doe je door te registeren op www.wettelijke-publicaties.be , a.d.h.v. je KBO nummer.

U zal een mail ontvangen om uw registratie te bevestigen. Vanaf dan zal u automatisch een verwittiging ontvangen als er iets over uw vennootschap gepubliceerd wordt.

aWhZVzLhlYWRlcnMvQlRXLnBuZw

Btw op verbouwingen

De Belg heeft een baksteen in de maag: bouwen en verbouwen, het liefst aan gunstmaatregelen. We kenden de regel allemaal, wanneer u een woning, ouder dan 5 jaar, verbouwt, kan u, onder voorwaarden, genieten van een verlaagd BTW tarief van 6% i.p.v. 21%.

Maar deze regel werd aangepast.

Vanaf 12 februari 2016:

Het tarief van 6% blijft van toepassing, maar is enkel nog voor een verbouwing (of onderhoud) van een woning ouder dan 10 jaar.

Bij wijze van overgangsmaatregel: indien u een overeenkomst heeft afgesloten voor 11 februari 2016 voor een verbouwing, en deze werd, ondertekend door uzelf en de aannemer in kwestie, voor deze datum aan uw BTW-kantoor bezorgd, dan kan u nog genieten van een tarief van 6% voor een verbouwing van een woning tussen 5 en 10 jaar, indien de werken worden uitgevoerd voor 31 december 2017.

De andere voorwaarde blijft uiteraard ongewijzigd.

Met name is het tarief van 6% enkel van toepassing op privéwoningen, ttz de woning moet uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt worden voor privatieve doeleinden.

Tot slot moeten werken rechtstreeks aan de eindgebruiker gefactureerd worden.

Levering en plaatsing van de materialen gebeuren door dezelfde dienstverlener. Als u zelf uw materialen gaat aankopen, drukt daar wel 21% BTW op.

aWhZVzLhlYWRlcnMvYnVpdGVubGFuZHNlIHJlaXMucGn

Forfaitaire vergoeding buitenlandse dienstreizen: bedragen voor 2016

Recentelijk werden de nieuwe ‘per diem’ vergoedingen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Dit zijn de vergoedingen die kunnen worden toegekend aan een werknemer of een bedrijfsleider voor een trip naar het buitenland.

Het bedrag geldt ter compensatie van kleine kosten die tijdens een verblijf in het buitenland worden gemaakt, bijvoorbeeld kosten voor maaltijden, taxiritten, lokale telefoongesprekken, fooien enzovoort.

Reis- en verblijfskosten zijn hier niet onder begrepen. Deze worden afzonderlijk terugbetaald, of rechtstreeks door de werkgever gedragen.

De bedragen in de tabel onder ‘categorie 1’ mogen per dag worden gebruikt bij een dienstreis voor minder dan 30 dagen. ‘Categorie 2’ slaat dan weer op dienstreizen van meer dan 30 dagen.

http://bit.ly/2staBG9

Er zijn natuurlijk een paar spelregels voor het gebruik van deze bedragen te volgen. Wij uiteraard graag ter uwe beschikking.