autofiscaliteit

Nieuwe autofiscaliteit voor vennootschappen

Een nieuwe autofiscaliteit voor vennootschappen… Wat houdt dat in?

Kort samengevat? Dat de berekening van het percentage van aftrekbaarheid van bedrijfswagens wijzigt vanaf 2020.

De aftrek wordt beperkt tot 40% voor wagens met een grotere uitstoot dan 200gr/km. De maximum aftrek bedraagt 100% (afschaffing 120% voor elektrische wagens).

De nieuwe formule

120% – (0,5% x Co2 uitstoot) x 0,95 (voor benzinemotor) of 0,90 (voor aardgas).

Een voorbeeld voor een co2-waarde van 98gr:

Nieuw Oud
Diesel 120 % – (0,5% x 98) 71% 90%
Benzine 120 % – (0,5%x 0,95 x 98) 73,45 % 90%

Enkele zaken om in het achterhoofd te houden

  • Voor plug-in hybride wagens wordt de ‘valse CO2-uitstoot’ niet meer in acht genomen voor wagens die aangekocht zijn vanaf 01/01/2018. (Vandaar dat je tegenwoordig veel reclame ziet van automerken om jouw plug-in hybride wagen nog in 2017 te bestellen)
  • De CO2-waarde wordt vastgelegd op basis van de niet-hybride tegenhanger. Als deze er niet is, vermenigvuldigen we de CO2-waarde met 2,5.
  • Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de berekening van het voordeel alle aard, waarop de bestuurder van een ‘fake’ hybride wagen belast wordt.
  • Vanaf 2020 wordt er voor de berekening ook rekening gehouden met de CO2-waarde van de gewone tegenhanger van die wagen. Dit VAA zal dus sterk stijgen.
  • Maar ook deze berekeningsmethode van het voordeel wordt niet aangepast voor wagens die aangekocht zijn voor 11/1/2018.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Wij beantwoorden met veel plezier al jouw vragen.

backservice ipt

Backservice ipt

Backservice bij een ipt… Hoe werkt dat?

Zelfstandigen kunnen op verschillende manieren sparen voor een aanvullend pensioen: deze nieuwe pensioenovereenkomst voor zelfstandigen gaat officieel van kracht op 1 juli 2018.

Een bedrijfsleider kan tenslotte een groepsverzekering afsluiten via de vennootschap: de zogenaamde interne pensioensvoorziening (ipt). En bij deze ipt is het mogelijk om ook premies te storten voor het verleden, iets wat we ‘backservice’ noemen. Met het storten van deze premie, voer je eigenlijk een inhaalbeweging uit voor de dienstjaren in het verleden. Wij lichten toe!

De voordelen van de backservice

Waarom jij er idealiter voor kiest om een backservice premie te storten? Ah… Door alle voordelen, natuurlijk!

  • Eerst en vooral: door een backservice te storten, wordt het mogelijk om een hoger pensioen te ontvangen gedurende een aantal jaren.
  • Bovendien mag de vennootschap de backservice integraal aftrekken als beroepskost, waardoor het belastbaar inkomen verlaagd wordt. Waardoor er dus ook minder belasting verschuldigd is in de vennootschap.

Waar moet ik rekening mee houden?

Enkele zaken om in het achterhoofd te houden:

  • Je kan tot maximaal tien jaar terug gaan én je moet rekening blijven houden met de 80%-regel. De backservice is dus enkel mogelijk indien er nog ruimte is. Wat dus ook betekent dat je premies mag storten voor jaren waarin de bedrijfsleider helemaal nog geen zelfstandige was!
  • Wil je nog een backservice storten? Doe dit dan zeker nog in 2017! In 2018 zal de vennootschapsbelasting nieuwe tarieven krijgen, waardoor de belastingbesparing ook minder zal zijn. Daarnaast zal ook de 80%-regel vanaf 2019 minder gunstig berekend worden.

Vragen? Contacteer accountingteam!

Wil jij nog een backservice volstorten? Goed idee! Wij begeleiden jou hier uiteraard graag in, steeds rekening houdend met de concrete gegevens in jouw dossier. Aarzel dus niet om ons te contacteren. Tot snel!

binnenlandse dienstreis

Binnenlandse dienstreizen: aanpassing van de vergoeding

De vergoeding voor binnenlandse dienstreizen verandert vanaf 1 september 2017.

Op 1 september 2017 veranderden voor ambtenaren van de federale overheid de voorwaarden en bedragen betreffende de vergoeding voor binnenlandse dienstreizen. Deze vergoedingen werden vastgesteld aan de hand van zogenaamde ‘ernstige normen’ en zijn van toepassing op werknemers én bedrijfsleiders.

De wijzigingen

Vanaf 1 september 2017 zullen er dus wat wijzigingen van kracht gaan op gebied van de binnenlandse dienstreizen, zowel qua voorwaarden als qua bedragen.

De voorwaarden tot toekenning van een binnenlandse dagvergoeding:

  • De dagreis moet meer dan 6u bedragen, waarin de middag vervat zit.
  • De dienstverplaatsing bevindt zich op meer dan 25 kilometer van de administratieve vestiging (centrum – centrum gerekend).
  • Er mag geen andere vorm van maaltijdvergoeding zijn.
  • Per binnenlandse dagreis wordt er een maximaal bedrag van €16,73 toegekend. Is dit meerdere malen per maand? Dan kan er een maximum forfaitaire maandvergoeding van €267,68 uitbetaald worden (voor maximaal 16 keer, dus).
  • Is een overnachting vereist én reikt de dienstverplaatsing verder dan 75 kilometer? Dan bedraagt de forfaitaire vergoeding €125,51.
  • Opgelet: werk je minstens 40 kalenderdagen per jaar op hetzelfde adres? Dan kan er hiervoor géén dagreisvergoeding worden uitbetaald.

Uiteraard is het altijd belangrijk om een dossier ter staving op te bouwen, waarin onder andere de datum, de reden, de klant en de duur van de verplaatsing vermeld staan.

En buitenlandse dienstreizen?

De forfaitaire vergoedingen voor buitenlandse dienstreizen zijn al sinds 2014 ongewijzigd. De bedrijfsleider of werknemer mag zich hiervoor beroepen op de dagvergoedingen die van toepassing zijn op ambtenaren van categorie 1.

Meer weten?

Dat kan! Aarzel niet om ons te contacteren, zodat wij je helemaal wegwijs kunnen maken in de wereld van vergoedingen voor binnenlandse dienstreizen. Tot snel?

kapitaalvermindering

Kapitaalvermindering: wat verandert er?

Wat moet jij allemaal weten over de vernieuwde kapitaalvermindering?

Het laatste zomerakkoord behaalde heel wat media-aandacht. Logisch, ook: sinds de afkondiging ervan weten we tenslotte dat dat er een daling van de vennootschapsbelasting zal plaatsvinden. Deze kapitaalvermindering is het gevolg van twee specifieke beslissingen uit het zomerakkoord van de regering.

Kort samengevat? Wie vanaf 1 januari 2018 geld terugstort, kan dit niet meer belastingvrij doen. Maar dat is natuurlijk niet alles wat je moet weten. Wij lichten toe!

Waarover gaat het precies?

Een kapitaalvermindering is een manier om overtollige liquiditeiten uit je vennootschap te halen, door middel van terugbetaling aan de aandeelhouders. Gezien het de facto ofwel over jouw eigen ingebracht vermogen gaat, ofwel over reeds fiscaal afgerekende winst (de zogenaamde ‘vastgeklikte reverves’), is dit belastingvrij.

Maar, dus. Vanaf 2018 is het niet meer mogelijk om vrij te beslissen om een kapitaalvermindering door te voeren in jouw vennootschap. Vanaf dan wordt een uitkering aan de aandeelhouders tenslotte altijd pro rata belast als een dividend, pro rata betekenende ‘de verhouding tussen dat kapitaal van de vennootschap en de opgebouwde reserves’.

Daardoor zal een kapitaalvermindering altijd gedeeltelijk belast worden als een dividend (30% roerende voorheffing).

Een taxshift? Neen.

Gelukkig is er van een échte taxshift nog geen sprake, gezien de financiering ervan wordt opgevangen binnen diezelfde vennootschapsbelasting. Denk aan: daling notionele interestaftrek, beperking fiscaal overgedragen verlies, autokosten, enzovoort.

Van een daling van de progressieve tarieven in de personenbelasting is dus geen sprake. Integendeel, zelfs: er wordt een nieuwe vermogensbelasting ingevoerd met de tax op effectenrekeningen. Ook de vrijheid die een aandeelhouder vandaag heeft om overtollig kapitaal uit de vennootschap te halen, wordt afgeschaft.

En nu?

Wel, bekijk het zo. Je hebt vanaf nu, tot het einde van het jaar, nog de kans om aan die nieuwe maatregel te ontsnappen, door voor die tijd een kapitaalvermindering te doen. Opgelet: elke kapitaalvermindering moet onderbouwd zijn door niet-fiscale motieven én vereist een notariële akte.

Met andere woorden… Overleg zeker eens met ons wat jouw opties zijn, zodat we samen nog tijdig actie kunnen ondernemen. Tot snel?

btw strategie

Tijd voor een BTW-strategie?

TIJD VOOR EEN BTW-STRATEGIE?

Btw wint de laatste jaren steeds meer aan belang. Niet alleen als een zeer lonende bron van inkomsten voor de overheid, maar ook het bedrijfsleven is zich meer en meer bewust van het belang binnen hun organisatie.

Van administratieve last naar instrument

Waar het bedrijfsleven vroeger de focus legde op het maximaal verlagen van het tarief aan te betalen vennootschapsbelasting, ontdekken meer en meer bedrijfsleiders het belang van een duidelijke btw-strategie. Het positieve effect toont zich zowel op het resultaat van hun onderneming als in de bedrijfskasstromen. Het cliché dat btw enkel een administratieve last is en geen enkele invloed heeft op de organisatie is dus al enige tijd naar de prullenbak verwezen.

Nood aan een btw-strategie op maat

Het ontwikkelen van een btw-strategie binnen een organisatie is niet altijd evident. De activiteiten die een onderneming stelt, de aard van haar cliënteel, de sector, de go-to-market strategie. Het speelt allemaal mee.

Een bedrijf binnen de farmaceutische industrie kan haar resultaten optimaliseren door een btw-strategie waarbij de focus ligt op btw-tarieven. Voor vele farmaceutische producten is de prijs immers vast gelegd door de sociale zekerheid. Een aanpassing van go-to-market strategie kan er in bepaalde gevallen toe leiden dat het btw-tarief van een product wijzigt van hoog naar laag, wat een rechtstreekse impact heeft op de brutomarge van de onderneming.

Ook in andere sectoren is een btw-optimalisatie mogelijk. Denk aan de vrije beroepen, vastgoed, horeca, distributie. De strategie moet steeds worden afgestemd op de feitelijke omstandigheden waarbinnen de organisatie actief is. Met andere woorden, iedere onderneming zal een andere, op maat gemaakte, btw-strategie moeten ontwikkelen en implementeren.

Impact op bedrijfskasstromen

Op vlak van bedrijfskasstromen kan btw ook een belangrijke rol spelen. Zo toonden studies aan dat klanten sneller betalen bij ondernemingen die opteren voor elektronische facturatie. Onderbouw het btw-aspect goed bij het opzetten van een model van elektronische facturatie.
Wanneer de inhoud van de factuur duidelijk en rechtsgeldig is voor de btw, zijn klanten zeker van hun recht op aftrek van de btw.
Zo betalen ze sneller, en heeft u sneller toegang tot de cash. Voor bedrijven die grensoverschrijdend actief zijn, bestaan er manieren om de voorfinanciering van btw op te vangen. Dat versterkt uiteraard de kaspositie van de onderneming.

Belasting van de toekomst

Bij elk nieuw idee rond structuur of organisatie nemen succesvolle ondernemingen een btw-expert aan boord om te zoeken naar de beste oplossing. De btw is de belasting van de toekomst. Kortom, twijfel niet langer en maak werk van een btw-strategie binnen uw onderneming!

Wil u meer weten over de impact van btw? Neem dan met ons contact op.

erfrecht

Wijziging van het erfrecht

Wijziging van het erfrecht

Het burgerlijk wetboek is reeds meer dan 200 jaar oud en de meeste regels van het erfrecht dateren ook van die periode. Gezien de veranderende maatschappij, met o a samengestelde gezinnen, heeft de wetgever terecht geoordeeld dat deze wetgeving aan een revisie toe was. Enkel de burgerrechtelijke en gerechtelijke regels inzake vererving wijzigen, op het fiscaal vlak verandert er niets.

1. Keuze erfrecht

In principe blijft men vrij om te kiezen welk recht van toepassing is bij het openvallen van een nalatenschap. Wanneer men bijvoorbeeld de franse nationaliteit heeft, doch in belgië woont, kan de erflater in zijn testament kiezen voor het franse erfrecht. Heeft men vooraf geen keuze gemaakt, is het belgisch erfrecht van toepassing op de verdeling van de nalatenschap, als de erflater in belgië woont, en dit ongeacht zijn nationaliteit.

2. Erfrechtovereenkomsten

Erfrechtafspraken of een erfrechtovereenkomst, waarbij de erflater en de kinderen de nalatenschap al verdelen voor het overlijden was verboden in belgië, behoudens enkele strikte uitzonderingen. In de nieuwe wet worden deze overeenkomsten wel toegelaten tussen ouders en kinderen onder bepaalde voorwaarden. Enkel wanneer alle kinderen akkoord zijn is de overeenkomst bindend na het openvallen van de nalatenschap, waardoor vele discussies kunnen worden voorkomen.

3. De reserve voor kinderen

Het principe van de reservataire erfgenamen blijft behouden, maar de verdeling van de reserve wordt aangepast. Een reservataire erfgenaam, zoals bijvoorbeeld een kind, heeft altijd recht op een bepaald deel van de erfenis, zonder dat hiervan kan worden afgeweken. Hieruit volgt dan ook het gegeven dat men kinderen niet kan ‘onterven’. In een testament kan de erflater enkel beslissen over het toebedelen van de rest van de nalatenschap, buiten de reserve. Dit principe blijft behouden, enkel de grootte van de reserve wijzigt. De reserve van de kinderen, ongeacht het aantal, wordt beperkt tot 50 % van de nalatenschap. Bijgevolg kan me vrij beschikken over de andere 50 % van de nalatenschap.

4. Reserve ouders

Bij kinderloze erflaters, was er ook een reserve voorbehouden voor de ouders, waardoor zij altijd recht hadden op een bepaald deel van de erfenis. Deze reserve wordt afgeschaft, waardoor kinderloze erflaters hun gehele vermogen bij testament aan een andere (derde) persoon kunnen toebedelen. Behoeftige ouders kunnen wel een onderhoudsvordering instellen op de nalatenschap.

5. Het vruchtgebruik

De langstlevende echtgenoot zal onder de nieuwe wetgeving nog steeds het vruchtgebruik erven over de gehele nalatenschap van de overleden echtgenoot, de erflater. Nieuw is dat de langstlevende echtgenoot ook het vruchtgebruik verkrijgt van de goederen die geschonken zijn door de erflater met voorbehoud van vruchtgebruik. Er wordt dus een nieuw vruchtgebruik gevestigd op de geschonken goederen voor de langstlevende, ook al is dit niet uitdrukkelijk gestipuleerd in de schenkingsakte. Bovendien wordt het ook mogelijk voor de erfgenamen die de blote eigendom ontvangen van de nalatenschap, om de omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende te vragen. Het vruchtgebruik van de goederen wordt dan gewaardeerd en kan worden afgekocht zodat de blote eigenaars nadien de volledige eigendom hebben. De langstlevende heeft wel een vetorecht mbt de omzetting van het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad. Op deze manier probeert de wetgever tegemoet te komen aan de problemen die zich stellen bij nieuw samengestelde gezinnen.

6. Geen inkorting/inbreng in natura meer

Één van de problemen die zich voordeed was de situatie dat een kind een huis geschonken had gekregen, en bij de vereffening en de verdeling van de nalatenschap bleek dat dat kind te veel had gekregen. Vroeger moest men het geschonken huis terug ‘inbrengen’ in de nalatenschap, om dan het geheel te verdelen. Dit zorgde natuurlijk voor veel praktische problemen en verregaande gevolgen. Nu heeft de wetgever beslist dat niet het huis terug moet worden opgenomen in de nalatenschap, maar enkel de waarde van het huis. Het kind mag het geschonken huis dus behouden, maar de tegenwaarde moet ingebracht worden in de nalatenschap door middel van verrekening ofwel door minderontvangst ofwel door opleg. Ook het tijdstip van de waarderingen van schenking wordt aangepast: in alle gevallen gebeurt de waardering voortaan op basis van de waarde bij schenking, geïndexeerd tot de dag van overlijden.

7. Schenking buiten deel

Het vermoeden inzake schenkingen wordt omgedraaid voor alle erfgenamen behalve kinderen. Vroeger ging men er vanuit dat een schenking een voorschot was op het erfdeel van de begunstigde, tenzij men uitdrukkelijk anders vermeldde. Voor erfgenamen, andere dan kinderen, moest dus rekening gehouden worden met deze schenking bij het verdelen van de nalatenschap, waardoor mogelijk ook hogere erfbelasting wordt geheven dan de schenkingsrechten die van toepassing waren. Dit vermoeden wordt voor hen in de nieuwe wet omgekeerd: een schenking gebeurt altijd buiten erfdeel, behalve deze aan kinderen. Wanneer men dus aan een broer of zus schenkt, zal dit dus buiten de nalatenschap worden gelaten, waardoor het schenkingstarief van toepassing blijft.

Mocht u vragen hebben over deze nieuwe regelgeving of over successieplanning in het algemeen, staan wij steeds ter uwe beschikking.

detachering in de eu

Detachering in de EU

Detachering in de eu: wat moet jij erover weten?

Detachering is het tijdelijk uitvoeren van taken door een werknemer of zelfstandige in het buitenland. Het is een buitenlandse tewerkstelling voor een langere opeenvolgende periode, waarbij de persoon in kwestie ook naar het gastland van tewerkstelling verhuist. Wij vertellen je er graag wat meer over!

Arbeids- en loonvoorwaarden

Wanneer een werknemer in een land van de europese unie tewerk gesteld wordt, gelden de arbeids- en loonvoorwaarden van het land van tewerkstelling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verlofdagen en arbeidsduur. Hiervan kan afgeweken worden, als deze rechten ‘beter’ zijn in het land van de gewoonlijke tewerkstelling, of als het gastland beslist dat de regels van het thuisland gevolgd moeten worden bij een detachering van minder dan 1 maand.

Sociale zekerheid

De sociale zekerheid blijft echter behouden in het land waar hij/zij gewoonlijk tewerkgesteld is, indien de detachering niet meer dan 24 maanden duurt.

Bijvoorbeeld: een belgische werknemer wordt voor 3 maanden gedetacheerd naar frankrijk. De franse werkweek van 35 uren is van toepassing en hij/zij blijft onderworpen aan de sociale zekerheid van belgië.

Werkvergunning? Neen. Formulier a1? Ja.

Voor zover de detachering binnen de eu plaatsvindt, is er geen werkvergunning nodig. Eventuele beroepskwalificaties moeten, behoudens enkele uitzonderingen waarvoor een schriftelijke verklaring nodig is, niet bewezen worden.

Bij een detachering van een belgische werknemer naar een ander land moet wél een formulier a1 bij de rsz worden aangevraagd zodat men van de sociale zekerheid van belgië kan blijven genieten. Daarnaast moet ook de mutualiteit op de hoogte worden gesteld van de detachering, zodat men recht heeft op gezondheidszorg in het gastland.

Hou rekening met regelgeving en formaliteiten

Het is heel belangrijk om voorafgaand aan de detachering van een werknemer binnen de eu, de regelgeving na te kijken in het land van gewoonlijke tewerkstelling én in het land van detachering. Elk land heeft tenslotte zijn eigen procedures en regels, waaronder meldingsplicht, medisch attest, etc.

Voor zelfstandigen gelden minder formaliteiten en regels. Bij een detachering van een zelfstandige naar een land van de eu voor minder dan 24 maanden, moet een formulier a1 bij de rsvz worden aangevraagd om onder de belgische sociale zekerheid te blijven. Bovendien moet het gaan om een ‘gelijkaardige’ activiteit die men in het buitenland gaat uitvoeren, en moet men al enige tijd in belgië actief geweest zijn als zelfstandige.

Schakel accountingteam in voor alle nuttige info!

Als je beslist om een tijd in het buitenland te gaan werken als werknemer of zelfstandige, kan je je best goed informeren zodat alle formaliteiten zeker in orde zijn. Er is tenslotte ook nog zoiets als ‘grensarbeid’, waarbij je in het ene land werkt en in het andere woont – én je ten minste één keer per week naar huis gaat.

Laat je dus zeker goed informeren voor het correcte format!

deeleconomie

Deeleconomie: de fiscale impact

Wat is de fiscale impact van een deeleconomie?

De deeleconomie wint steeds meer aan populariteit in ons land. Denk maar eens aan taxibedrijf uber en kamerverhuring airbnb. Hippe en jonge alternatieven voor zaken die we decennia lang op dezelfde, klassieke manier deden. Tot vandaag, dan.

En deze populariteit merkte ook de regering op: zij heeft tenslotte een apart belastingregime voor bepaalde inkomsten uit de deeleconomieën ontwikkeld. Want… Vergis je niet: ook deze inkomsten zijn belastbaar.

Hou rekening met de aard van de inkomsten

Eerst en vooral, is het belangrijk om te kijken naar de aard van de inkomsten. Zo komt verhuring van onroerende goederen (airbnb) of roerende goederen (het meubilair in een verhuurde kamer) niet in aanmerking voor dit belastingregime. Dit ondergaat tenslotte een eigen taxatie.

Enkel de diverse inkomsten (denk aan: extra service bij verhuring van een kamer, zoals ontbijt, of inderdaad de taxidienst van uber) komen hier wél voor in aanmerking, mits er aan bepaalde voorwaarden voldaan werd. Wij lichten toe.

De voorwaarden

  • Je mag de diensten enkel verlenen aan particulieren én dit via tussenkomst van een erkend platform.
  • De diensten mogen niet uitgeoefend worden in het kader van een beroepsactiviteit.
  • De bruto inkomsten uit deze diensten op jaarbasis mogen niet meer bedragen dan €5.100.
  • Je wordt belast op 20% van de bruto inkomsten die uitbetaald werden door een erkend platform.
  • Er is een forfaitaire kostenaftrek van 50% voorzien, waardoor de uiteindelijke belasting 10% bedraagt.
  • De aftrek van werkelijke beroepskosten is niet toegestaan.
  • Overschrijd je de grens van €5.100? Dan worden alle inkomsten aanzien als een beroepsinkomen én worden deze ook belast aan het progressief tarief.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Wij beantwoorden met veel plezier al jouw vragen!

pensioendossier

My pension.be: jouw online pensioendossier

My pension.be: jouw online pensioendossier

Op my pension.be vind je een samenvatting van al de gegevens die belangrijk zijn voor jouw wettelijk pensioen. Maar daar houdt het niet op. Naast de gegevens van je wettelijk pensioen, vind je ook een duidelijk overzicht van jouw aanvullend pensioen. Daarnaast kan je ook de gebruikte loopbaangegevens inkijken, je pensioenbetalingen raadplegen én je pensioen zelf berekenen. Handig!

My pension.be: handig!

In de aanloop tot my pension.Be, hadden ondernemingen en verzekeraars tot en met 30 september 2016 de tijd om alle informatie aan te leveren vanuit jouw groepsverzekering, ipt, vapz en pensioensparen.

Handig! Nu kan je tenslotte controleren of je loopbaan volledig bekend is – zelfs wanneer jouw pensioengerechtigde leeftijd nog een heel eind in de toekomst ligt. En inloggen? Dat doe je eenvoudig met je id-kaart.

Meer informatie over jouw pensioen?

Die vind je op de website van de federale pensioendienst. Of tijdens een informerend gesprek bij accountingteam, natuurlijk. Wij hebben tenslotte heel wat ervaring en expertise om te delen… Kom daarom zeker eens langs – en dan vertellen we jou alles wat jij moet weten over jouw wettelijk pensioen.

 

bezoldigingstheorie

De bezoldigingstheorie: hof van cassatie vraagt werkelijke prestaties

Twee nieuwe arresten betreffende de bezoldigingstheorie en de aftrekbaarheid van de kosten.

Het is een populair onderwerp in onze nieuwsbrief: de bezoldigingstheorie en de aftrekbaarheid van de kosten. Het komt tenslotte frequent voor dat bedrijfsleiders, naast een bezoldiging in geld, ook voordelen in natura ontvangen.

De bezoldigingstheorie stelt dan dat deze kosten slechts fiscaal aftrekbaar zijn, zolang er er werkelijk geleverde prestaties tegenover staan: deze dienen tenslotte om de belastbare inkomsten te genereren.

En in oktober 2016 heeft het hof van cassatie nogmaals zijn visie hierop versterkt en bevestigd in nieuwe arresten. Wij vertellen je er graag wat meer over.

Kosten zijn (algemeen) slechts fiscaal aftrekbaar van de inkomsten wanneer…

  • … Ze werkelijk gedragen zijn én dit bovendien aangetoond kan worden door bewijsstukken;
  • … De gedragen zijn in de loop van het jaar waarvoor de fiscale aftrek gevraagd wordt;
  • … Ze besteed zijn om beroepsinkomsten te verkrijgen of te behouden.
  • … Je bewijs kan leveren dat aan alle voorwaarden voldaan wordt.

Het hof voegt daaraan toe dat het niet relevant is of de kosten verband houden met het statutair doel van de vennootschap. Het is wél relevant dat ze bijdragen aan het genereren van belastbare inkomsten.

Kosten die verbonden zijn uit een voordeel alle aard

Vervolgens kwam er een bijkomende vraag uit de bus. “Zijn kosten, die verband houden met de verloning van de bedrijfsleider, altijd aftrekbaar als een voordeel alle aard wordt aangerekend aan die bedrijfsleider?”

— “Neen”, volgens het hof van cassatie. Het hof stelt tenslotte dat steeds de feiten moeten beoordeeld worden – waardoor er dus geen automatische aftrek volgt.

Waarom niet?

Twee redenen:

  1. Kosten die verbonden zijn uit een voordeel alle aard, zijn enkel aftrekbaar indien het toegekende voordeel een tegenprestatie levert voor prestaties van de bedrijfsleider in de vennootschap.
  2. Daarnaast moeten de kosten in verhouding staan tot omvang van de bezoldiging in geld en in natura van de bedrijfsleider.

Een voorbeeld:

Een vennootschap koopt een weekendverblijf aan – en stelt dit ter beschikking aan de zaakvoerder als vergoeding voor diens prestaties. Hij/zij wordt vervolgens belast voor privaat gebruik middels een voordeel alle aard. De kosten van de woonst worden in mindering gebracht van het resultaat van de vennootschap. Dit gaat dus niet automatisch op…

Wat moet je meenemen?

Eenvoudig. Het is niét het geval dat er geen kosten meer in aftrek mogen worden genomen. Maar je moet wel altijd je gezond verstand gebruiken. Enige voorzichtigheid is dus wel aan te raden.

Vragen?

Aarzel dan niet om accountingteam te contacteren. Wij vertellen je er graag wat meer over.