pensioenovereenkomst

Een zelfstandig spaarpotje voor de oude dag…

De pensioenovereenkomst voor zelfstandigen gaat officieel van kracht op 1 juli 2018

Begin februari 2018 werd het wetsontwerp betreffende de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen goedgekeurd. Allemaal goed en wel, maar wat houdt deze regeling nu precies in? Wij lichten toe.

Hoe is het nu?

Momenteel kan een zelfstandige reeds een vrij aanvullend pensioen (oftewel: vapz) opbouwen. Dit moet beperkt blijven tot 8,17% van het netto belastbaar beroepsinkomen – en mag maximum 3.187,04 euro per jaar (3.666,85 euro voor social vapz) bedragen.

Voor zelfstandigen die in een vennootschap werken, is er bovendien nog een extra mogelijkheid tot pensioenopbouw om gebruik van te maken: via de interne pensioen toezegging (oftewel: ipt).

Wat verandert er?

De nieuwe regeling schept een nieuwe mogelijkheid voor zelfstandigen zonder vennootschap: via de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (oftewel: poz), kunnen ook zij een extra spaarpotje opbouwen voor hun oude dag. Deze regeling gaat van kracht op 1 juli 2018.

Voorwaarden

Natuurlijk zijn er enkele voorwaarden waaraan voldoen moet worden om hiervoor in aanmerking te komen. Wij sommen ze graag even voor je op.

  1. De poz is beschikbaar voor zelfstandigen die actief zijn als natuurlijk persoon (ook in bijberoep), een meewerkend echtgenoot of een helper van een zelfstandige.
  2. Het netto belastbaar beroepsinkomen voor een zelfstandige in bijberoep moet boven de 13.550,50 euro per jaar liggen.
  3. Bedrijfsleiders worden uitgesloten. Zij hebben deze mogelijkheid tenslotte al via ipt.
  4. De pensioenleeftijd van de zelfstandige moet vermeld worden in de overeenkomst én mag niet lager zijn dan de wettelijke pensioenleeftijd. Wordt het pensioen aangevraagd of is de wettelijke pensioenleeftijd bereikt? Dan wordt de poz uitbetaald, net zoals bij een andere groepsverzekering. Daarnaast kan het kapitaal van de poz ook worden uitgekeerd in geval van (vroegtijdig) overlijden van de zelfstandige.

Fiscale gevolgen

Verder komen er heel wat fiscale gevolgen kijken bij deze nieuwe pensioenovereenkomst. Hou deze dus zeker in het achterhoofd.

  1. De stortingen in de poz worden niet in mindering gebracht van het inkomen van de zelfstandige, wat verschilt met het vapz. Hierdoor hebben de stortingen in de poz geen invloed op de sociale bijdragen.
  2. De som van het wettelijk pensioen, het vapz én het poz-pensioen mag (omgerekend naar een jaarlijkse rente) niet hoger zijn dan 80% van de laatste drie jaar van de loopbaan als zelfstandige. Verliezen worden ook meegeteld. (opgelet: momenteel bestaan er nog onduidelijkheden over deze begrenzing, zoals meestal het geval is bij nieuwe regelingen)
  3. Door het poz heb je recht op een belastingvermindering van 30% én besparing op de gemeentebelasting.
  4. Er wordt een premietaks van 4,4% geheven, wat niet verschuldigd is bij het vapz.
  5. Bij de uitkering van de poz is er een riziv-bijdrage van 3,55% verschuldigd, wordt er een solidariteitsbijdrage van max. 2% aangerekend én is een afzonderlijk belastingtarief van 10% + gemeentebelasting van toepassing.
  6. De poz wordt belegd in een tak 21 of 23, wat betekent dat er, indien gewenst, meer risico genomen kan worden.
  7. Ook vastgoedfinanciering kan voorzien worden in de poz.

Daarnaast is het, net zoals bij de ipt, ook mogelijk om een ‘backservice’ aan te leggen over de voorbije jaren (bekijk het als een inhaalmanoeuvre). Deze mogelijkheid geldt wel pas vanaf 2018, dus zal de eerste jaren niet zo interessant zijn.

Conclusie

Ons besluit? Dat een poz best enkel aangewend wordt als er voldaan wordt aan deze drie criteria:

  1. Het (sociaal) vapz is volstort.
  2. Er is individueel pensioensparen (fiscaal voordelig in pb) afgesloten.
  3. Er is nog voldoende kapitaal over om extra pensioenopbouw te verzekeren.

Voor de rest achten wij de poz pas écht nuttig vanaf 30.000 euro netto belastbaar inkomen per jaar.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Onze specialisten vertellen je er graag wat meer over!

erfbelasting

Erfbelasting: nieuwe tarieven in 2018-2019

De tarieven van erfbelastingen veranderen in 2018-2019

Na veranderingen binnen het huwelijksvermogensrecht en het erfrecht, worden nu ook de tarieven van erfbelasting (voorheen ‘successierechten’) aangepast. Een logisch gevolg, maar geen om luchtig over te gaan. Lees onze blog en wees goed voorbereid!

1. Erven in rechte lijn

Erfgenamen in rechte lijn zijn: partners, kinderen, stief- of zorgkinderen en ouders. Wie wat erft, wordt geregeld in het erfrecht. Maar, ja. Welke tarieven zijn hierop van toepassing? Wij lichten toe.

Huidige situatie

Belangrijk om weten: elke situatie moet steeds afzonderlijk berekend worden: enerzijds op het onroerend gedeelte – en anderzijds op het roerend gedeelte. Maar, algemeen bekeken, zitten de huidige tarieven als volgt in elkaar:

  • Op de eerste schijf (0 – 50.000 euro) is het tarief van 3% van toepassing.
  • Op de tweede schijf (50.000 – 250.000 euro) is het tarief van 9% van toepassing.
  • Voor een bedrag van meer dan 250.000 euro is het tarief van 27% van toepassing.

Nieuw wetsvoorstel

Binnen het nieuwe wetsvoorstel blijven bovenstaande tarieven behouden, maar worden er enkele categorieën van erfgenamen bevoordeeld.

  • De partner geniet een vrijstelling voor de eerste schijf van 50.000 euro over het roerend gedeelte van de erfenis. (in concreto een belastingbesparing van 1.500 euro op vele erfenissen)
  • Jongeren, die onder de 21 jaar zijn en beide ouders verliezen, verkrijgen een vrijstelling voor de gezinswoning én een vrijstelling tot 75.000 euro over de roerende goederen.
  • De langstlevende echtgenoot wordt vrijgesteld van erfbelasting verschuldigd op de gezinswoning. Dit was eerder zo – en blijft gewoon behouden.

2. Erven in zijlijn en anderen

Huidige situatie

Hier maken we een onderscheid tussen twee groepen. Enerzijds broers en zussen – anderzijds ‘anderen’.

De huidige tarieven voor broers & zussen zitten als volgt in elkaar:

  • Op de eerste schijf (0 – 75.000 euro) is het tarief van 30% van toepassing.
  • Op de tweede schijf (75.000 – 125.000 euro) is het tarief van 55% van toepassing.
  • Voor een bedrag van meer dan 125.000 euro is het tarief van 65% van toepassing.

De huidige tarieven voor ‘anderen’ zitten als volgt in elkaar:

  • Op de eerste schijf (0 – 75.000 euro) is het tarief van 45% van toepassing.
  • Op de tweede schijf (75.000 – 125.000 euro) is het tarief van 55% van toepassing.
  • Voor een bedrag van meer dan 125.000 euro is het tarief van 65% van toepassing.

Nieuw wetsvoorstel

Binnen het nieuwe wetsvoorstel worden zowel tarieven als schijven aangepast. De verandering die het meest in het oog sprint? Dat het tarief van 65% wordt afgeschaft!

De nieuwe tarieven voor broers & zussen zien er zo uit:

  • Op de eerste schijf (0 – 35.000 euro) is het tarief van 25% van toepassing.
  • Op de tweede schijf (35.000 – 75.000 euro) is het tarief van 30% van toepassing.
  • Voor een bedrag van meer dan 75.000 euro is het tarief van 55% van toepassing.

De nieuwe tarieven voor ‘anderen’ zien er zo uit:

  • Op de eerste schijf (0 – 35.000 euro) is het tarief van 25% van toepassing.
  • Op de tweede schijf (35.000 – 75.000 euro) is het tarief van 30% van toepassing.
  • Voor een bedrag van meer dan 75.000 euro is het tarief van 55% van toepassing.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Wij helpen je graag vooruit!

innovatieaftrek

Leer alles over innovatieaftrek

Hoe kan innovatieaftrek leiden tot belastingvermindering? Ontdek het hier!

Laten we maar eerst bij het begin beginnen. Want, ja… wat is innovatieaftrek precies? Wel, de innovatieaftrek zorgt ervoor dat je geen vennootschapsbelasting moet betalen op 85% van de netto-inkomsten uit een aantal intellectuele eigendomsrechten. De schikking is toepasbaar vanaf de aanvraag van het recht én de niet-benutte aftrek is overdraagbaar naar volgende jaren.

Deze maatregel, die vanaf 1 juli 2016 in werking ging, is de opvolger van de eerdere belastingvrijstelling voor octrooi-inkomsten.

Wie komt in aanmerking voor de innovatieaftrek?

Binnenlandse vennootschappen enerzijds – en belgische vestigingen van buitenlandse vennootschappen anderzijds. Bovendien valt de noodzaak tot een eigen onderzoekscentrum, zoals bij die eerdere octrooi-aftrek, weg.

Over welke intellectuele eigendomsrechten gaat het?

  1. octrooien (of, met andere woorden, het tijdelijk alleenrecht om een uitvinding te verkopen, verleend door de overheid. Ook wel eens ‘patent’ genoemd!)
  2. kwekersrechten (of, met andere woorden, een vorm van intellectuele eigendom over nieuwe en waardevolle plantenrassen)
  3. auteursrechten op beschermde software, op bijkomende voorwaarde dat deze voortvloeit uit een onderzoeks- of ontwikkelingsproject.

Dat is natuurlijk niet alles: er zijn tenslotte nog heel wat andere situaties die baat hebben bij die innovatieaftrek. Te veel om hier op te sommen, zelfs. Aarzel daarom niet om eens langs te komen – en dan vertellen we je er met veel plezier wat meer over.

Jouw innovatieaftrek berekenen? Dat doen we zo.

Eerst en vooral, hanteren we altijd dezelfde formule:

85% van de netto-inkomsten * (kwalificerende uitgaven * 130% / globale uitgaven).

Een beetje vaag? Begrijpen we. Daarom geven we graag wat verhelderende uitleg mee over al deze termen:

  1. ‘netto-inkomsten’ zijn de innovatie-inkomsten, minus de eigen kosten voor o&o (oftewel; onder onderzoek, waarmee we al het creatief werk dat op systematische basis verricht wordt, bedoelen) met betrekking tot het intellectuele eigendomsrecht.
  2. ‘kwalificerende uitgaven’ zijn de uitgaven voor werkelijk o&o, die verband houden met het intellectueel eigendomsrecht, exclusief interco facturatie.
  3. de noemer bevat ook die interco facturatie.
  4. de bovenstaande formule mag maximaal ‘1’ bedragen.

Worstel je toch nog met wat onduidelijkheid omtrent de inhoud van die breuk – en dus het bedrag van de innovatie-inkomsten? Begrijpelijk. Vraag daarom zeker een ruling aan, zodat je binnen de kortste keren rechtszekerheid kan creëren omtrent het geheel.

Aan jouw dossierverantwoordelijke bij accounting team, bijvoorbeeld? Wij staan tenslotte klaar voor jou, wanneer jij dat nodig hebt. Tot snel!

accountingteam_innovatie from accountingteam on vimeo.

erfrecht testament

De wijziging van erfrecht is in aantocht…

De wijziging van erfrecht is in aantocht. Wij vertellen er alles over!

De wet tot de wijziging van het erfrecht is gestemd in de zomervakantie – en werd op 1 september gepubliceerd in het belgisch staatsblad. Op 1 september 2018 zal deze nieuwe wetgeving in werking gaan. Opgelet: de nieuwe wet zal vanaf dan ook automatisch van toepassing zijn op eerder gedane schenkingen of reeds opgemaakte testamenten, wanneer de erflater overlijdt na de inwerkingtreding van de nieuwe regels.

Meer weten? Dan zit je bij goed bij accountingteam: wij geven je graag de belangrijkste basisprincipes van deze nieuwe wetgeving mee.

Waarom verandert het erfrecht?

Wel, een logische reden, eigenlijk. Ons burgerlijk wetboek is ondertussen meer dan 200 jaar oud. Daaropvolgend dateren ook de meeste regels van het erfrecht van deze periode. En gezien onze maatschappij voortdurend verandert (denk o.A. Aan samengestelde gezinnen), werd logischerwijs geoordeeld dat deze wetgeving aan een revisie toe was.

Enkel de burgerrechtelijke en gerechtelijke regels inzake vererving wijzigen; op fiscaal gebied verandert er niets.

1. Keuze van het erfrecht

In principe blijft men vrij om te kiezen welk recht van toepassing is bij het openvallen van een nalatenschap. Wanneer men bijvoorbeeld de franse nationaliteit heeft, maar wel in belgië woont, kan de erflater in zijn testament kiezen voor het franse erfrecht.

Heeft men vooraf geen keuze gemaakt, dan is het belgisch erfrecht van toepassing op de verdeling van de nalatenschap als de erflater in belgië woont. Ongeacht zijn nationaliteit.

2. Erfrechtovereenkomsten

We spreken over erfrechtovereenkomsten (of erfrechtafspraken) wanneer de erflater en de kinderen de nalatenschap al verdelen voor het overlijden. Naast enkele strike uitzonderingen, was dit echter verboden in belgië.

In de nieuwe wet worden dit wél toegelaten tussen ouder en kind – onder bepaalde voorwaarden, natuurlijk. Deze overeenkomst is enkel bindend wanneer alle kinderen akkoord zijn, waardoor heel wat discussies voorkomen kunnen worden.

3. De reserve voor kinderen

Een reservataire erfgenaam, zoals bijvoorbeeld een kind, heeft altijd recht op een bepaald deel van de erfenis. Hier kan niet van worden afgeweken, waaruit dan ook het gegeven volgt dat je kinderen niet kan ‘onterven’. Dit principe blijft behouden, maar de verdeling van de reserve wordt aangepast.

De reserve van de kinderen, ongeacht het aantal, wordt vanaf nu beperkt tot 50% van de nalatenschap. Bijgevolg kan de erflater enkel beslissen over het toebedelen van de rest van de nalatenschap (buiten die reserve, dus). Dit principe was eerder ook al zo, enkel de grootte van deze reserve werd gewijzigd naar 50%.

Bijgevolg kan men vrij beschikken over de overige 50% van de nalatenschap.

4. De reserve voor ouders

Bij kinderloze erflaters, was er ook een reserve voorbehouden voor de ouders, waardoor zij altijd recht hadden op een bepaald deel van de erfenis. Deze reserve wordt afgeschaft, waardoor kinderloze erflaters hun gehele vermogen bij testament aan een andere (derde) persoon kunnen toebedelen. Behoeftige ouders kunnen wel een onderhoudsvordering instellen op de nalatenschap.

5. Het vruchtgebruik

De langstlevende echtgenoot zal onder de nieuwe wetgeving nog steeds het vruchtgebruik erven over de gehele nalatenschap van de overleden echtgenoot, de erflater.

Wat er dan verandert? Dat de langstlevende echtgenoot ook het vruchtgebruik verkrijgt van de goederen die geschonken zijn door de erflater met voorbehoud van vruchtgebruik. Er wordt dus een nieuw vruchtgebruik gevestigd op de geschonken goederen voor de langstlevende, ook al is dit niet uitdrukkelijk gestipuleerd in de schenkingsakte.

Wat ook nieuw is? Dat de erfgenamen, die de blote eigendom ontvangen van de nalatenschap, mogen vragen om de omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende. Het vruchtgebruik van de goederen wordt dan gewaardeerd en kan worden afgekocht zodat de blote eigenaars nadien de volledige eigendom hebben. De langstlevende heeft wel een vetorecht met betrekking tot de omzetting van het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad.

Op deze manier probeert de wetgever tegemoet te komen aan de problemen die zich stellen bij nieuw samengestelde gezinnen.

6. Geen inkorting/inbreng in natura meer

Een veelvoorkomend probleem? Dat het voorviel dat een kind een huis geschonken had gekregen, en bij de vereffening en de verdeling van de nalatenschap bleek dat dat kind te veel had gekregen. Vroeger moest men het geschonken huis terug ‘inbrengen’ in de nalatenschap, om dan het geheel te verdelen. Dit zorgde natuurlijk voor veel praktische problemen en verregaande gevolgen.

Wat er dan verandert? Het huis zélf moet niet opnieuw worden opgenomen in de nalatenschap, maar enkel de waarde ervan. Het kind mag het geschonken huis dus behouden, maar de tegenwaarde moet ingebracht worden in de nalatenschap door middel van verrekening. Dit kan ofwel door minderontvangst, ofwel door opleg.

Wat ook nieuw is? Dat het tijdstip van de waarderingen van schenking aangepast wordt: in alle gevallen gebeurt de waardering voortaan op basis van de waarde bij schenking, geïndexeerd tot de dag van overlijden.

7. Schenking buiten deel

In ons recht bestaat een ‘vermoeden inzake schenkingen’. Dit gaat over het vermoeden dat iedere schenking een voorschot van het erfdeel van de begunstigde is. Voor erfgenamen, andere dan kinderen, moest dus rekening gehouden met deze schenking bij het verdelen van de nalatenschap. Hierdoor wordt er mogelijk ook hogere erfbelasting geheven dan de schenkingsrechten van toepassing. Wil je een schenking buiten je erfdeel doen? Dan moet dit expliciet gecommuniceerd worden.

Wat er dan verandert? Het vermoeden inzake schenkingen wordt omgedraaid voor alle erfgenamen, behalve voor kinderen. Met andere woorden: wanneer men dus aan een broer of zus schenkt, gebeurt dit altijd buiten het erfdeel – waardoor het schenkingstarief van toepassing blijft.

Heb je hier nog vragen over?

Zowel over deze nieuwe regelgeving – als over successieplanning in het algemeen? Aarzel niet om ons te contacteren. Wij antwoorden graag op al jouw vragen!

huwelijksvermogen

Wijziging van het huwelijksvermogensrecht: wij vatten samen

Wat moet jij weten over de wijziging van het huwelijksvermogensrecht?

Nog niet zo heel lang geleden, op de ministerraad van 1 december 2017, werd er besloten om (net zoals bij het erfrecht gebeurde) het huwelijksvermogensrecht aan te passen. De definitieve wetteksten? Die moeten nog gestemd worden. Maar toch geven we je graag al enkele gekende punten over deze nieuwe regelgeving mee.

In alledrie de belgische huwelijksvermogensstelsels, zijn er wijzigingen op til. Deze willen de solidariteit tussen de echtgenoten vergroten én een rechtvaardiger evenwicht tussen de echtgenoten creëren. Op die manier zal er meer bescherming geboden worden bij de ontbinding van het huwelijk door overlijden of echtscheiding.

1. Wettelijk stelsel (dikwijls bij gebreke aan een huwelijkscontract)

Binnen dit stelsel hebben beide echtgenoten een…

  • …’eigen vermogen’: een vermogen van voor het huwelijk of als gevolg van een schenking of erfenis;
  • …’gemeenschappelijk vermogen’: een vermogen opgebouwd na het huwelijk, zoals inkomsten van eigen goederen, beroepsinkomsten, enzovoort.

Wat verandert er? In de nieuwe regelgeving zal het onderscheid tussen eigen en gemeenschappelijk verder uitgewerkt worden, zodat dit minder discussies met zich zal meebrengen.

Concrete wijzigingen

  1. Aandelen, cliënteel & beroepsgoederen
    Het eigendomsrecht van deze goederen blijft eigen, maar de economische waarde die tijdens het huwelijk wordt gerealiseerd, komt terecht in het gemeenschappelijk vermogen. (tenzij het huwelijkscontract hiervan afwijkt)
    Hierdoor zal de waarde van deze goederen bepaald moeten worden op het ogenblik van de ontbinding door overlijden of echtscheiding: enkel zo kan nagegaan worden welke verrekening moet gebeuren. De echtgenoot die bij ontbinding de goederen of aandelen in zijn ‘eigen vermogen’ aanhoudt, is dus (indien er een meerwaarde is ontstaan tijdens het huwelijk) toch een vergoeding verschuldigd aan de andere partij.
  2. Individuele levensverzekeringen
    Iedere partij krijgt de mogelijkheid om te bepalen wat de uitkering zal zijn bij uitbetaling tijdens het huwelijk, bij echtscheiding en overlijden.
  3. Vergoedingen voor schade of bij arbeidsongeval
    Er komt een onderscheid tussen de vergoeding voor persoonlijke ongeschiktheid (die in het eigen vermogen van de echtgenoot blijft) – en economische ongeschiktheid (wat een gemeenschappelijk inkomen wordt).

Het stelsel van scheiding der goederen

Binnen dit stelsel hebben de echtgenoten ieder een ‘eigen vermogen’ – en is er géén ‘gemeenschappelijk vermogen’.

Concrete wijzigingen

  1. Verrekening van aanwinsten
    Gezien één van de echtgenoten in veel situaties economisch sterker staat dan de andere, kan er bij opmaak van het huwelijkscontract een extra clausule voorzien worden. Deze zorgt voor een vergoeding voor de economisch ‘zwakkere’ echtgenoot bij ontbinding van het huwelijk. Hier gaat het meestal om een percentage van het eigen vermogen, om zo de gelijkheid tussen de echtgenoten te beschermen.
  2. Rechtelijke billijkheidscorrectie
    Dit is van toepassing wanneer er een oneerlijke situatie is, bijvoorbeeld wanneer de ene echtgenoot alleenverdiener is omdat de andere thuis blijft om het huishouden en de zorg van de kinderen op te nemen. Bij de echtscheiding kan de thuisblijvende echtgenoot dan een vergoeding vorderen via de rechter, van maximaal 1/3e van de inkomsten van de ex-partner.

Door deze wijzigingen blijft het risico van de beroepsactiviteit bij de zelfstandige echtgenoot, maar wordt er dus wel meer solidariteit gecreëerd.

Hoe de vlaamse regering en vlabel op deze nieuwe wetgeving zal reageren? Dat is nog afwachten: er zijn tenslotte initiatieven genomen om het verrekening beding in een huwelijkscontract fiscaal af te straffen.

Huwelijkscontract waarbij een (grotere) gemeenschap gecreëerd wordt

Er kan ook voor gekozen worden om grotere gemeenschap tussen echtgenoten te creëren, dan initieel voorzien in het wettelijk stelsel.

Wat verandert er? Dat men in een aankoopakte van een onroerend goed door samenwoners, ook een ‘anticipatieve’ inbreng kan opnemen. Vroeger ging het als volgt: wie eerst ongehuwd samenwoont en een huis koopt – en daarna trouwt, moest twee keer naar de notaris. Dat verandert nu: via de anticipatieve inbreng, komt het goed na een huwelijk automatisch in de huwgemeenschap terecht, zonder extra notariële akte.

Met andere woorden… Tijd- en geldwinst, waardoor een woning voor het huwelijk kopen goedkoper wordt.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Wij beantwoorden met veel plezier al jouw vragen!

rsz werkvloer

Hogere rsz-vrijgestelde bedragen bij feestelijkheden? Graag!

De verhoging van rsz-vrijgestelde bedragen bij feestelijkheden is bijna een feit!

Bij bepaalde ‘feestelijke gelegenheden’ kan je jouw werknemer een cadeau geven of een premie betalen. Deze bedragen zijn vrijgesteld van rsz bijdragen. Da’s niets nieuw. Wat er dan wel nieuw is? De verhoging van deze bedragen, natuurlijk!

De initiële bedragen dateerden tenslotte al van 2011, wat ondertussen toch ook alweer een tijdje geleden is, meldt de website van minister van minister van sociale zaken en volksgezondheid. Wij lichten toe wat er verandert!

Wat er verandert?

  1. Geschenken naar aanleiding van het sinterklaasfeest, kerstmis of nieuwjaar.
    We spreken over een verhoging van 35 naar 40 euro.
  2. Geschenken voor een eervolle onderscheiding.
    We spreken over een verhoging van 105 naar 120 euro.
  3. Geschenken voor pensionering.
    We spreken over een verhoging van 35 naar 45 euro per dienstjaar en verhoging van het minimum- en maximumbedrag van 105 en 875 euro naar 120 en 1000 euro.
  4. Geschenken ter gelegenheid van een huwelijk of van het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning.
    We spreken over een verhoging van 200 naar 245 euro.
vennoootschapsbelasting

Nieuwe tarieven vennootschapsbelasting

De nieuwe tarieven van vennootschapsbelasting: wat moet jij weten?

Vanaf 2018 is er een tariefverlaging voorzien van vennootschapsbelasting. Lees hier wat de veranderingen zijn.

Een overzicht 2018-2019 2020
Nominaal tarief (niet kleine ondernemingen)
Oud 33,99% 33,99 %
Nieuw 29,58% 25 %
Verlaagd tarief (kleine ondernemingen)
Oud Getrapt
(24,25 – 31 en 34,5 %)
Nieuw 20,4% (< € 100.000 winst)

29,58 % (> € 100.000 winst)

20 % (< € 100.000)

25% (>€ 100.000)

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Wij beantwoorden met veel plezier al jouw vragen!

kapitaalvermindering in

Kapitaalverminderingen vanaf 2018

Kapitaalverminderingen vanaf 2018: wat moet jij weten?

Momenteel zitten we nog in de huidige regeling. Op dit moment kunnen aandeelhouders die kapitaal (geld of natura) in de vennootschap inbrachten, dit er belastingvrij terug uithalen: dit dankzij een kapitaalvermindering. Dit zal in de toekomst nog steeds belastingvrij kunnen, maar slechts op langere termijn – en in ultimo bij vereffening.

Meer weten? Wij lichten toe!

2018: een nieuwe (complexe) regeling

Met deze nieuwe regeling gaat een kapitaalvermindering fictief telkens gepaard met een pro rata (of ‘evenredige’) uitkering van de reserves. Op een deel van de kapitaalvermindering zal dus 30% roerende voorheffing ingehouden worden, alsof het een dividendenuitkering betreft.

Een voorbeeld

Stel dat de vennootschap een kapitaal van 100.000 euro én beschikbare reserves van 200.000 euro heeft. In dit geval zal een kapitaalvermindering van 60.000 een gedeeltelijke belasting ondergaan. Er zal 30% roerende voorheffing verschuldigd zijn op 40.000 euro, wat dus ruw geschat op 12.000 euro uitkomt. Het saldo van 20.000 euro wordt belastingvrij uitgekeerd.

Het kapitaal van 40.000 euro dat zo in feite belast wordt uitgekeerd, kan pas in een latere fase belastingvrij worden uitbetaald bij liquidatie. Opgelet: er zijn natuurlijk wel wat uitzonderingen, zoals liquidatiereserves en wettelijke reserves. Deze moeten niet meegeteld worden in zo’n pro rata berekening.

Handig om weten

  1. De nieuwe regeling is niét van toepassing op kapitaal…
    … Dat gevormd werd in 2013-2014;
    … Dat gevormd werd door middel van vastgeklikte reserves (art. 537 wib 92)
    … Waarop al 10% betaald werd.
  2. De regeling treft voornamelijk personen die in persoonlijke naam aandeelhouder zijn.
  3. Het is raadzaam om te bekijken of een kapitaalvermindering 2017 überhaupt aangewezen is. We bekijken dit liefst geval per geval: het lijkt ons enkel verdedigbaar indien de solvabiliteits- en liquiditeitspositie van de vennootschap niet te zeer wordt aangetast. Voor vennootschappen die over weinig geviseerde reserves zouden beschikken, is hier waarschijnlijk geen noodzaak toe.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren: wij antwoorden met veel plezier op al jouw vragen.

meerwaarden aandelen

Meerwaarden op aandelen vanaf 2018

Meerwaarden op aandelen binnen vennootschappen worden vanaf 2018 belast

Hoe het nu zit? Wel. Volgens het huidige stelsel, worden meerwaarden op aandelen die kleine vennootschappen realiseren, vrijgesteld van belastingen. Belangrijk: het is een voorwaarde dat die aandelen meer dan één jaar in het bezit zijn van de vennootschap.

Wordt de meerwaarde binnen het jaar gerealiseerd? Dan is er een afzonderlijke taxatie van 25,75% van toepassing. Voor aandelen van grote ondernemingen werd nog een ander stelsel gehanteerd.

En wat verandert er precies vanaf 2018, vraag je? Wij lichten toe.

De algemene regel vanaf 2018

Vanaf 2018 wordt het de regel dat gerealiseerde meewaarden op aandelen, door een vennootschap, belast worden aan het gewone tarief ‘vennootschapsbelasting’.

Er is enkel nog een vrijstelling als…

  • … De deelneming minstens 10% vertegenwoordigt in het kapitaal van de betreffende onderneming
    – of –
  • … De deelneming een aanschaffingswaarde heeft van 2.500.000 euro.

Deze nieuwe wetgeving zal vermoedelijk ook van toepassing zijn op aandelen die reeds in bezit van de vennootschap waren, nog voor deze nieuwe wet van kracht gaat.

Het potentieel rendement op beleggingen in aandelen binnen vennootschappen wordt daardoor sterk verminderd. Er blijven echter nog wel beleggingen mogelijk onder de vrijstellingsregeling, zoals beleggingen in dbi beveks en private privaks.

En nu?

Een vraag die we wel begrijpen, hoor. Want, ja. Loont het dan om nog in 2017 de beleggingen in aandelen binnen het vennootschap te verkopen, zodat de meerwaarde met vrijstelling van belasting kan worden ‘vastgeklikt’?

We stellen vast dat dit meermaals geadviseerd wordt, om deze beleggingen nadien om te zetten in beleggingen die vrijgesteld blijven, indien deze langer dan één jaar in bezit blijven. Toch bestaat er nog wat onduidelijkheid wanneer deze wetgeving in werking zou treden: ofwel vanaf 1 januari 2018 – ofwel met terugwerkende kracht vanaf de datum van bekendmaking van de maatregel (eind oktober 2017).

Hoe dan ook, is enige voorzichtigheid aangewezen. Maak je geen zorgen: wij houden de berichten hierover nauwlettend in het oog.

Vragen of onzekerheden?

Begrijpelijk. Aarzel daarom niet om ons te contacteren met alles waarmee je zit. Wij lichten graag toe!

vervennootschappelijking

Strijd tegen ver’vennootschappelijking

De strijd tegen ‘ver’vennootschappelijking

Deze regeling is een regelrecht gevolg van het zomerakkoord 2017. Waarom, vraag je? Enerzijds om de drempel te verhogen om over te stappen naar een vennootschap enerzijds – of te werken met meerdere vennootschappen anderzijds. Wij lichten alvast de belangrijkste zaken toe.

De basisintentie

De basisintentie? De bezoldiging van bedrijfsleiders en zaakvoerders van de venootschap op te trekken naar ofwel…

  • … Minimaal 45.000 euro;
    … Minimaal de helft van de belastbare winst indien deze lager is dan 90.000 euro.

De nieuwe sancties bij te lage verloning

  1. De vennootschap verliest het recht op toepassing van het verlaagd tarief.
  2. Er zal een bijzondere taxatie van 10% van toepassing zijn, dewelke berekend wordt op het bedrag dat te weinig werd uitgekeerd.
    Deze taxatie wordt in fases uitgevoerd: voor aanslagjaren 2019 en 2020 bedraagt deze de helft, 5%. Deze taxatie zal niet van toepassing zijn op de eerste vier jaar van startende ondernemingen.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel niet om ons te contacteren: wij beantwoorden graag al jouw vragen!