wetboek vennootschappen

Nieuwe wetboek vennootschappen en verenigingen: Wat u er moet van weten…

Het nieuwe wetboek vennootschappen en verenigingen

Recent werd het nieuwe wetboek vennootschappen en verenigingen (wvv), dat het vennootschaps- en verenigingsrecht zeer ingrijpend wijzigt, gepubliceerd in het belgisch staatsblad. Wij lichten de voornaamste wijzigingen toe, nu de eerste akten verleden zijn en de eerste praktische issues zijn opgelost.

De voornaamste wijzigingen zijn:

  • Afschaffing van een aantal vennootschapsvormen
  • De vereenvoudiging van de vereffeningsprocedure voor een niet deficitaire vereffening
  • invoering van een kapitaalloze besloten vennootschap (bv), die de bvba vervangt
  • Integratie van de vzw en private stichting in het nieuwe wvv

Welke vennootschapsvormen verdwijnen?

De commanditaire vennootschap op aandelen (commva), de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa) en de landbouwvennootschap verdwijnen. Zij kunnen niet meer opgericht worden na 1 mei 2019. Bestaande vennootschappen van die soort, moeten uiterlijk tegen 31 december 2023 de rechtspersoon omvormen tot een andere vennootschapsvorm. Geen nood, de wetgever heeft in een aantal alternatieven voorzien. Wij helpen u graag verder bij deze keuze.

Wat wijzigt er voor de gewone commanditaire vennootschap (commv) en de vennootschap onder firma (vof)?

Voor de gewone commanditaire vennootschap en de vennootschap onder firma wijzigt er weinig of niets. In een vennootschap onder firma blijven de vennoten onbeperkt aansprakelijk, terwijl in de gewone commanditaire vennootschap enkel de beherende vennoot hoofdelijk aansprakelijk is. Er is nog steeds geen minimumkapitaal vereist en een inbreng in natura (bv een handelsfonds) vereist geen tussenkomst van een bedrijfsrevisor. Indien alle vennoten natuurlijke personen zijn en de vennootschap als een “kleine” vennootschap kwalificeert, ontsnapt men nog steeds aan de verplichting tot het openbaar maken van de jaarrekening.

Wat wijzigt er voor de naamloze vennootschap (nv)?

Voortaan volstaat in de naamloze vennootschap 1 aandeelhouder (I.P.V. 2 onder het oude recht), die zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon kan zijn zonder enige beperking inzake nationaliteit. De naamloze vennootschap blijft na de hervorming de enige vennootschapsvorm met een minimum kapitaal (nog steeds 61.500,00 eur en volledig te volstorten bij oprichting).
Onder het oude recht werd de nv bestuurd door een raad van bestuur, bestaande uit ten minste 3 bestuurders (of 2 ingeval er maar twee aandeelhouders waren), die zowel natuurlijke personen als rechtspersonen konden zijn. In het nieuwe wetboek worden drie mogelijkheden voorzien, namelijk:

  • een raad van bestuur bestaande uit minimaal drie leden
  • één bestuurder, al dan niet in de statuten benoemd (desgevallend met vetorecht op de algemene vergadering)
  • een combinatie van een directieraad en een raad van toezicht, die telkens uit minimaal drie personen moet bestaan.

Indien een rechtspersoon als bestuurder wordt benoemd, moet die rechtspersoon-bestuurder een vaste vertegenwoordiger natuurlijk persoon aanduiden die de taak van bestuurder effectief zal opnemen (en persoonlijk aansprakelijk is).
Nieuw is dat het niet langer mogelijk is tegelijk als natuurlijk persoon en als vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon-bestuurder te zetelen in een raad van bestuur.
De maximale duurtijd van het mandaat (zes jaar) blijft behouden, weliswaar onbeperkt verlengbaar.
De regels inzake inkoop van eigen aandelen en interim-dividenden werden versoepeld, terwijl deze voor het opmaken van het financieel plan strenger werden gemaakt.

Wat is de nieuwe besloten vennootschap ?

De besloten vennootschap (bv) is de opvolger van de bvba. Onder het oude recht was de bvba een rechtsvorm met een strikt afgelijnd wettelijk kader, waar statutair weinig kon van afgeweken worden. Het nieuwe wettelijk kader van de bv is veel soepeler. Eén van de meest in het oog springende wijzigingen is dat het kapitaalconcept (namelijk het minimumkapitaal van 18.600,00 eur) verlaten wordt. Elke aandeelhouder is nog wel gehouden tot een inbreng, die als beschikbare of onbeschikbare reserve wordt geboekt.
De bv heeft één of meerdere aandeelhouders.

Bovendien kan afgeweken worden van de tot nu toe steeds geldende regel dat het aantal aandelen steeds werd toegewezen in functie van de inbreng van de aandeelhouders. Er wordt de mogelijkheid geboden van een meervoudig stemrecht en/of een asymmetrische winstverdeling. Kortom, de nieuwe wetgeving biedt heel wat mogelijkheden voor “maatwerk”.
De nieuwe bv wordt bestuurd door één of meer bestuurders: natuurlijke personen of rechtspersonen, individueel handelend of als college, die voor bepaalde of onbepaalde termijn kunnen aangesteld worden. Bestuurders kunnen ook nog steeds statutair aangesteld worden. Voortaan kan – net zoals in de nv – één of meer gedelegeerde bestuurders benoemd worden, die uitsluitend bevoegd zijn voor het dagelijks bestuur.

De formaliteiten voor het uitkeren van dividenden, tantièmes of kapitaalvermindering worden strenger. Bij elke vorm van winstuitkering moet het bestuursorgaan nagaan of de bv, na de uitkering, nog in staat zal blijven haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden over een periode van ten minste twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van de uitkering (zogenaamde “liquiditeitstest”).

De inhoud van het financieel plan bij oprichting wordt aanzienlijk uitgebreid, en zal naast een balans na 12 en 24 maanden ook o.A. Een cashflowplan moeten bevatten.
De dwingende bepalingen van het wvv worden al van toepassing op alle vennootschappen, vanaf 1 januari 2020, ook al werden de statuten nog niet aangepast. Dit zorgt er ook voor dat bijvoorbeeld het kapitaal in een bestaande bvba op dat moment automatisch omgezet wordt in een onbeschikbare reserve. In een latere statutenwijziging kan, indien mogelijk, de reserve beschikbaar gemaakt worden (en dus voor uitkering vatbaar worden).

Wat wijzigt er inzake bestuurdersaansprakelijkheid?

Het nieuwe wvv stelt een plafond in op de bestuurdersaansprakelijkheid. Het maximale bedrag waartoe een bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden, zal afhankelijk worden gesteld van balanstotaal en omzet (gemiddelde over drie boekjaren) en varieert tussen 125.000 eur en 12.000.000 eur

Inwerkingtreding

Het nieuwe wvv treedt in werking vanaf 1 mei 2019. Voor de vennootschappen die op 1 mei 2019 reeds opgericht waren, treedt de wet pas in werking vanaf 1 januari 2020. Indien een bestaande vennootschap evenwel voor 31 december 2019 haar statuten wijzigt (bv bij een wijziging van haar maatschappelijke benaming , haar doel of bij een fusie /splitsing), kan zij haar statuten in dezelfde akte in overeenstemming brengen met alle bepalingen van het nieuwe wetboek. U kan uiteraard ook de inwerkingtreding van het nieuwe wvv versnellen door spontaan naar de notaris te stappen vanaf 1 mei 2019.
Voor de op 1 mei 2019 bestaande vennootschappen voorziet de wetgever in een overgangsperiode die eindigt op 31 december 2023. Het uitstellen van een statutenwijziging zal echter niet leiden tot het uitstellen van de nieuwe bepalingen. Een aantal bepalingen, die de wetgever belangrijk acht voor de werking van het rechtssysteem worden automatisch toepasselijk vanaf 1 januari 2020 zoals onder meer: de nieuwe regels inzake dividenduitkering in de bv, de nieuwe regels inzake bestuurdersaansprakelijkheid en de vereenvoudigde procedure van de vereffening .

Wij willen u uiteraard graag begeleiden bij de aanpassing van de statuten van uw vennootschap aan de nieuwe vennootschapswetgeving vóór de deadline van 31 december 2023.
De aanpassing kan op een volgende meeting met accountingteam besproken worden. Indien u sneller tot actie wenst over te gaan, horen wij het graag.

Voor verdere informatie of bijstand kan u steeds bij ons terecht.

btw onroerende verhuur

Uitzonderingen van de BTW op onroerende verhuur

Benieuwd naar de uitzonderingen van de btw op onroerende verhuur?

De verhuur van onroerende goederen is momenteel in principe vrijgesteld van btw. Hierop zijn evenwel al uitzonderingen zoals onder andere de verhuur van parkeerplaatsen, opslagplaatsen, en gemeubelde logies (hotels).

Per 1 januari 2019 wordt een nieuw optioneel btw stelsel ingevoerd voor de verhuur van professioneel gebruikte gebouwen die niet in het verplicht btw stelsel vallen en wordt ook de btw regeling inzake de verhuur van opslagplaatsen gewijzigd. Ten slotte wordt er ook een verplicht btw stelsel ingevoerd voor de kortlopende verhuur van onroerende goederen.

Deze wijzigingen zijn het gevolg van de omzetting van een btw richtlijn, die met veel omwegen in de belgische wetgeving wordt geïmplementeerd. Er zijn de laatste twee jaren veel publicaties geweest over dit onderwerp maar de kogel is nu eindelijk door de kerk, in de hoop dat de concurrentiële positie van belgië internationaal wordt verstrekt.

Optioneel BTW stelsel

De verhuur van professioneel gebruikte gebouwen (zoals kantoorgebouwen, winkelpanden), was vroeger in alle situaties een handeling die buiten toepassing van btw viel.Op deze huurprijs was geen btw verschuldigd, met gevolg dat de btw kosten op datzelfde gebouw niet aftrekbaar waren voor de eigenaar.

Om de btw vooralsnog aftrekbaar te maken op de oprichtingskosten van een gebouw, werden verschillende constructies toegepast , bijvoorbeeld:

  • Het gebouw werd opgericht door de onderneming die het gebouw zelf ging gebruiken è dan is er geen verhuur nodig, en kan de onderneming in kwestie die btw plichtig is voor haar economische activiteiten de btw in aftrek brengen. Het nadeel is dat het pand dan onderhevig is aan het ondernemingsrisico.
  • Om voormeld risico te vermijden, dat het pand in dezelfde vennootschap zit dan de handelszaak zelf, werd er vaak voorgeopteerd om het pand in een andere vennootschap te brengen (“patrimoniumvennootschap), en te verhuren aan de “exploitatie” vennootschap.
  • Deze verhuur was echter vrij van btw, dus de btw kosten konden niet in aftrek worden gebracht.Om dit vooralsnog mogelijk te maken, paste men de btw eenheid toe, zodat beide vennootschappen naar de fiscus toe 1 btw plichtige werden , en daardoor de btw kosten op het gebouw toch in aftrek konden komen.
  • Onroerende leasing.

Deze constructies zijn niet altijd even eenvoudig, en zorgen voor een belemmering in het handelsverkeer.Ondertussen hadden al veel landen zich aangepast aan de europese richtlijn waardoor belgië niet langer konachterblijven om ook een oplossing te bieden.

Deze oplossing zag de wetgever in het optioneel btw stelsel voor de onroerende verhuur dat zowel voor de huurder als verhuurder een verbetering zou brengen.

De voorwaarden zijn de volgende

  1. Hoedanigheid van de huurder: het goed moet door de huurder enkel worden gebruikt voor het uitoefenen van een btw plichtige economische activiteit (ongeacht mate btw aftrek). De woning van de zaakvoerder is bijvoorbeeld uitgesloten omwille van het gemengd privatief gebruik, evenals de verhuur aan een passieve holding (omdat die geen btw plichtige activiteit verricht)
  2. De aard van het gebouw is irrelevant doch voor gebouwen waar gemengd gebruik (privé, beroepsmatig)mogelijk is, is het belangrijk dat ze economisch zelfstandig kunnen worden gebruikt. Ze moeten bijvoorbeelddus bereikbaar zijn via een aparte ingang.
    Voor de verhuur van een terrein is het optioneel stelsel enkel mogelijk als ze samen met een gebouw wordt verhuurd
  3. Beide partijen (huurder en verhuurder) moeten kiezen voor het optioneel stelsel
  4. Het optioneel stelsel kan worden toegepast voor nieuw opgerichte gebouwen na 1 oktober 2018 : m.A.W. De effectieve nieuwbouwwerken of fundamentele vernieuwbouwwerken (60% van de verkoopwaarde aan verbouwingswerken) moeten starten na 1 oktober 2018: prestaties voor die datum kunnen zolang ze geen werken zijn in onroerende staat.
    Het contract met de aannemer mag dus ook vroeger worden getekend en de aankoop van materialen, prestaties van architecten etc zijn ook toegelaten.
    Het optionele stelsel treedt echter pas in werking op 1 januari 2019 maar er is een mogelijkheid tot beperkte terugwerkende kracht.

Indien niet langer aan één van voornoemde voorwaarden is voldaan tijdens de huurtijd, zal de optie een einde nemen en geldt een herzieningstermijn van 25 jaar (dus langer dan de gewone herzieningstermijn). De verhuurder zal voor de resterende looptijd van de huurovereenkomst de reeds in aftrek gebrachte btw moeten. Hierop zijn wel uitzonderingen bijvoorbeeld bij commercieel toegekende huurperiodes, overmacht of onvrijwillige leegstand.

Ten slotte is het zeer belangrijk dat de huurprijs marktconform is, waardoor de tussenkomst van een expert gewenst is.

Opslagplaatsen en BTW

Verhuur van ruimten bestemd voor opslag blijft verplicht onderworpen aan btw, indien ze verhuurd worden aan particulieren.

In geval van verhuur van opslagplaatsen aan bedrijven, wordt het verplichte stelsel vervangen door het optiestelsel.Men is niet meer verplicht om btw aan te rekenen, tenzij men ervoor opteert.
En dit is ook van toepassing op oudere gebouwen !

De verhuurde ruimten dienen dan voornamelijk (meer dan 50 %) voor opslag van goederen worden gebruikt.Er mag trouwens ook een verkoopruimte van maximaal 10% worden ingericht.

Kortdurende onroerende verhuur

De wetgever heeft de bedoeling om de verhuur van feestzalen, tentoonstellingsruimten, congreszalen en andere in een professionele context, ook te onderwerpen aan btw.

Dit om de complexe facturatie tussen btw plichtige diensten zoals bijvoorbeeld de verplichte afname van dranken en de btw vrijgestelde diensten van de verhuur te beëindigen.

Onder kortdurende verhuur wordt de verhuur van maximaal 6 maanden verstaan.

Indien de ruimten verhuurd worden aan natuurlijke personen, vzw’s of organisaties die sociaal-culturele activiteiten organiseren (artikel 44 wbtw) blijft de verhuur vrijgesteld evenals uiteraard de verhuur voor bewoning. Dit is natuurlijk essentieel voor bijvoorbeeld de verhuur van vakantiewoningen en koten of wanneer u een familiefeest wil organiseren. Er moet dan aan de verhuurder een attest worden voorgelegd dat aan één van de uitzonderingsgevallen is voldaan.

 

mobiliteitsbudget

Mobiliteitsbudget

Mobiliteitsbudget: een nieuwe vorm in flexibele verloning…

Geert Dilles licht het u verder toe.

Ubo register

De deadline nadert…

Uitgesteld tot 30/09/2019! Ubo-register: een bijkomende verplichting voor alle vennootschappen.

In het kader van de strijd inzake het voorkomen van het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, heeft de belgische wetgever de betreffende europese richtlijn omgezet in wet. Dit gebeurde reeds vorig jaar op 18 september 2017, maar deze zomer werd het koninklijk besluit pas gepubliceerd voor de uitwerking van deze wet.

Het koninklijk besluit legt de concrete modaliteiten vast van het ubo register.

Ubo staat voor ‘ultimate beneficial owner’, met name de uiteindelijke begunstigde van een vennootschap, of andere ‘andere juridische entiteiten’ binnen belgië, zoals een vereniging, maatschap of trust.

De overheid is verplicht om gedetailleerde informatie in te winnen van deze ubo’s en deze in een centraal register te verzamelen. Wie deze ubo’s zijn, is te lezen op de website van de fod (zie link hieronder).

Het kb treedt pas in werking op 31 oktober 2018 doch momenteel kan het register nog niet worden ingevuld of geraadpleegd door de bevoegde diensten.

Omdat de deadline van het invullen van het ubo register betrekkelijk snel zal vallen, kan u zich best al voorbereiden als volgt (cfr. Instructies fod):

  • Te zorgen voor een wettelijke vertegenwoordiger of een gevolmachtigde met een e-id die de informatie genoemd in het koninklijk besluit via het elektronische platform myminfin in naam van uw organisatie kan invullen;
  • Te bepalen tot welke categorie uit de bovenstaande rubriek 2 uw uiteindelijke begunstigde behoort;
  • Te beschikken over nauwkeurige en uitvoerige informatie over de uiteindelijke begunstigden van uw organisatie en van alle juridische entiteiten waarvan uw uiteindelijke begunstigden gebruikmaken om zeggenschap over uw organisatie uit te oefenen;
  • Te beschikken over bewijsstukken waaruit blijkt dat uw informatie toereikend, accuraat en actueel is;
  • Te zorgen voor procedures binnen uw organisatie zodat elke wijziging in de informatie over uw uiteindelijke begunstigden binnen de maand aan het ubo-register wordt overgemaakt.

Uiteraard kunnen wij als accountingteam nv, u begeleiden bij iedere stap tot het invullen van dit register. U zal hiervoor ook vele documenten ontvangen van de banken en andere entiteiten, waar wij u ook kunnen bij helpen.

https://financien.Belgium.Be/nl/ubo-register

Copyright – accountingteam nv

 

nieuwe wetgeving voordeel alle aard

Hoger prijskaartje voor de VAA woonst

Het voordeel alle aard woonst: nieuwe wetgeving…

De berekening van het voordeel alle aard woonst is al jaren het onderwerp van discussie. Vooral de verschillende wijze van berekening wanneer het voordeel van woonst die ter beschikking werd gesteld door een vennootschap (vermenigvuldigd met 1,25 of 3,8 afhankelijk van het ki) of door een natuurlijk persoon (geen factor) stuitte op veel weerstand gezien het een ongelijke behandeling was.
De rechtspraak heeft in verschillende arresten de wetgever en bijgevolg ook de fiscus in het ongelijk gesteld.

Deze arresten zorgde ervoor dat de fiscus, via een circulaire in mei 2018, aankondigde dat het niet gebruik van de factor bij terbeschikkingstelling van een vennootschap van 1,25 of 3,8 voor de inkomstenjaren 2016 (indien tijdig) 2017 en 2018 niet bestraft zou worden.

Voor de voorgaande jaren kan men een ambtshalve ontheffing vragen, doch hier verzet de fiscus zich wel, waardoor een rechtsprocedure moet gestart worden. De visie van de rechtbanken voor deze procedure n.A.V. De ambtshalve ontheffing is nog niet gekend.

Het vervolg van de saga: er werd eind 2018 een kb gepubliceerd waarin wordt gesteld dat de berekeningen van het vaa woonst moet worden met een factor 2, zowel bij terbeschikkingstelling door een vennootschap, als bij terbeschikkingstelling door een natuurlijk persoon.

Voorbeeld op jaarbasis wanneer het ki hoger is dan 745 eur en een woning door de vennootschap ter beschikking wordt gesteld aan de zaakvoerder, met een ki van 2.000,00 eur en een privégebruik van 75%:

* regel Di Rupo:

Kadastrale inkomen x indexatie x privégebruik x 100/60 (gebouw) x 3,8

2.000 eur (ki)x 1,7863 x 75% 100/60 x 3.8 is 16.969,85 eur

* na arresten en circulaire (2016-2017-2018):

Kadastrale inkomen x indexatie x privégebruik x 100/60 (gebouw)

2.000 eur (ki)x 1,7863 x 75% 100/60 is 4.465,75 eur

* vanaf 1/1/2019:

Kadastrale inkomen x indexatie x privégebruik x 100/60 (gebouw) x 2

2.000 eur (ki)x 1,7863 x 75% 100/60 x 2 is 8.931,50 eur

Raadpleeg ons uitgebreid artikel

Accountingteam adviseert je met raad en daad, twijfel niet ons te contacteren.

werving koffie

Snuif al even onze bedrijfssfeer op

Werving 2019: drinken wij binnenkort misschien samen een koffie?

Accountingteam is een dynamisch accountantskantoor in volle expansie dat steeds op zoek is naar nieuwe medewerkers. Ben jij gepassioneerd in accountancy & fiscaliteit en heb je enkele jaren werkervaring? Werk je graag in een aangename werkomgeving waar verdere zelfontplooiing evident is? Bezorg ons dan snel je sollicitatie en wie weet drinken wij binnenkort samen een koffie!

aandeelhoudersovereenkomst

Wij brengen jou up-to-speed!

Wat is het nut van een aandeelhoudersovereenkomst?

Wie samen met een medevennoot een bedrijf opstart, staat doorgaans maar zelden stil bij de dag dat de samenwerking, om welke reden ook, zal eindigen. Door vooraf duidelijke afspraken te maken kunnen heel wat discussies en problemen worden vermeden. Een aandeelhoudersovereenkomst is hiervoor een geschikt instrument.

ubo register

UBO Register

UBO Register

In het kader van de strijd inzake het voorkomen van het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, heeft de Belgische wetgever de betreffende Europese richtlijn omgezet in wet. Dit gebeurde reeds vorig jaar op 18 september 2017, maar deze zomer werd het Koninklijk Besluit pas gepubliceerd voor de uitwerking van deze wet.
Het Koninklijk besluit legt de concrete modaliteiten vast van het UBO register.

Ubo staat voor ‘Ultimate Beneficial Owner’, met name de uiteindelijke begunstigde van een vennootschap, of andere ‘andere juridische entiteiten’ binnen België, zoals een vereniging, maatschap of trust.

De overheid is verplicht om gedetailleerde informatie in te winnen van deze UBO’s en deze in een centraal register te verzamelen. Wie deze UBO’s zijn, is te lezen op de website van de FOD (zie link hieronder).

Het KB treedt pas in werking op 31 oktober 2018 doch momenteel kan het register nog niet worden ingevuld of geraadpleegd door de bevoegde diensten.

Omdat de deadline van het invullen van het UBO register betrekkelijk snel zal vallen, kan u zich best al voorbereiden als volgt (cfr. instructies FOD):

  • “te zorgen voor een wettelijke vertegenwoordiger of een gevolmachtigde met een e-ID die de informatie genoemd in het koninklijk besluit via het elektronische platform MyMinFin in naam van uw organisatie kan invullen;
  • te bepalen tot welke categorie uit de bovenstaande rubriek 2 uw uiteindelijke begunstigde behoort;
  • te beschikken over nauwkeurige en uitvoerige informatie over de uiteindelijke begunstigden van uw organisatie en van alle juridische entiteiten waarvan uw uiteindelijke begunstigden gebruikmaken om zeggenschap over uw organisatie uit te oefenen;
  • te beschikken over bewijsstukken waaruit blijkt dat uw informatie toereikend, accuraat en actueel is;
  • te zorgen voor procedures binnen uw organisatie zodat elke wijziging in de informatie over uw uiteindelijke begunstigden binnen de maand aan het UBO-register wordt overgemaakt.”

Uiteraard kunnen wij als Accountingteam NV, u begeleiden bij iedere stap tot het invullen van dit register. U zal hiervoor ook vele documenten ontvangen van de banken en andere entiteiten, waar wij u ook kunnen bij helpen.

https://financien.belgium.be/nl/ubo-register

winstpremie

Je werknemers extra motiveren? Dat doe je met de winstpremie.

Je werknemers extra motiveren? Dat doe je met de winstpremie.

Elke werkgever weet het: het is niet altijd even eenvoudig om je werknemers te motiveren. Gelukkig kwam daar vanaf 1 januari 2018 verandering in. Enter: de winstpremie: een nieuw ‘bonussysteem’ om elke werknemer dat ietsje meer aan te moedigen.

Maar, ja. Wat is een winstpremie, eigenlijk?

Wel, deze premie is een gevolg van het zomerakkoord. Daar werd besloten om de deelname van werknemers in de winst van de onderneming te verbeteren én te vereenvoudigen. Op deze manier werd het mogelijk voor ondernemingen om de werknemer een bonus op de verdeelbare winst toe te kennen – en dit allemaal binnen een voordelig (para)fiscaal regime.

Hoe werkt het?

De winstpremie laat dus toe om (een deel van) de winst van de vennootschap op flexibele wijze uit te keren aan de werknemer. En, geen zorgen: hiervoor moet je de werknemer géén stemrecht als aandeelhouder binnen de onderneming verlenen.

De invoering van het systeem verloopt relatief eenvoudig.

Twee manieren voor de bepaling van de winstpremie

Enerzijds hebben we de identieke winstpremie: deze is gelijk voor iedereen.

Anderzijds hebben we de gecategoriseerde winstpremie: deze kan onderscheid maken op basis van objectieve criteria. Denk bijvoorbeeld aan anciënniteit, weddeschaal, enzovoort. (opgelet: de differentiatie tussen de werknemers kan maximaal een schaal van 1 tot 10 zijn)

Beide soorten van de winstpremie zijn onderworpen aan formele vereisten en verslaggeving, hetzij ieders op een andere manier.

Algemene voorwaarden om rekening mee te houden

  1. de winstpremie moet worden toegekend aan alle werknemers: het is een collectieve bonus, die niet toegekend wordt op basis van individuele prestaties van de werknemer.
  2. enkel de vennootschappen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, komen in aanmerking.
  3. het kan gaan om een percentage van het loon of een vast bedrag. Wordt er voor percentage gekozen? Dan moet deze berekening nauwkeurig uitgewerkt worden.
  4. de winstpremie kan niét ter vervanging van een bestaand loon gegeven worden.
  5. deze bonus is niet-recurrent: geen automatische toekenning voor de volgende boekjaren.
  6. er is een begrenzing op 30% van de totale brutoloonmassa.
  7. cumul met niet-recurrente en resultaatgebonden voordelen (op basis van coa nr. 90) is mogelijk.
  8. de premie komt niet in aanmerking voor de berekening van het vakantiegeld en de opzeggingsvergoeding.
  9. toekenning van een deel van de winst als bonus kan vanaf 01/01/2018, op basis van de winst van het boekjaar met vroegste afsluitdatum 30/09/2017.

Sociale zekerheid

De werkgever is géén bijdrage verschuldigd, gezien de winstpremie niet aanzien wordt als een loonbestanddeel.

Belangrijk om weten: de werknemer zal een solidariteitsbijdrage van 13,07% moeten afdragen.

Fiscale wetgeving

De winstpremie wordt onderworpen aan een bevrijdende belasting van 7% (belasting gelijkgesteld met inkomstenbelasting). Dit komt omdat het hier om een systeem van winstdeling gaat – en dus geen beroepsinkomen betreft.

Belangrijk om mee te geven: de winstpremie moet vermeld worden in de aangifte personenbelasting, waardoor ook gemeentebelasting verschuldigd wordt.

In de vennootschapsbelasting is de winstpremie een verworpen uitgave – en wordt ze dus belast.

Conclusie

De winstpremie is een bijzonder interessant financieel systeem om uw werknemer te belonen, naast de warrant, de niet-recurrente resultaatgebonden voordelen conform cao nr. 90.

Heb je nog vragen over alle concrete voorwaarden en formaliteit? Aarzel dan niet om ons te contacteren: wij beantwoorden graag al je vragen!

Daarnaast kan je ook altijd de website van de overheid bezoeken, waar er nog meer op detail wordt ingegaan op deze wetgeving.

pensioenovereenkomst

Een zelfstandig spaarpotje voor de oude dag…

De pensioenovereenkomst voor zelfstandigen gaat officieel van kracht op 1 juli 2018

Begin februari 2018 werd het wetsontwerp betreffende de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen goedgekeurd. Allemaal goed en wel, maar wat houdt deze regeling nu precies in? Wij lichten toe.

Hoe is het nu?

Momenteel kan een zelfstandige reeds een vrij aanvullend pensioen (oftewel: vapz) opbouwen. Dit moet beperkt blijven tot 8,17% van het netto belastbaar beroepsinkomen – en mag maximum 3.187,04 euro per jaar (3.666,85 euro voor social vapz) bedragen.

Voor zelfstandigen die in een vennootschap werken, is er bovendien nog een extra mogelijkheid tot pensioenopbouw om gebruik van te maken: via de interne pensioen toezegging (oftewel: ipt).

Wat verandert er?

De nieuwe regeling schept een nieuwe mogelijkheid voor zelfstandigen zonder vennootschap: via de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (oftewel: poz), kunnen ook zij een extra spaarpotje opbouwen voor hun oude dag. Deze regeling gaat van kracht op 1 juli 2018.

Voorwaarden

Natuurlijk zijn er enkele voorwaarden waaraan voldoen moet worden om hiervoor in aanmerking te komen. Wij sommen ze graag even voor je op.

  1. De poz is beschikbaar voor zelfstandigen die actief zijn als natuurlijk persoon (ook in bijberoep), een meewerkend echtgenoot of een helper van een zelfstandige.
  2. Het netto belastbaar beroepsinkomen voor een zelfstandige in bijberoep moet boven de 13.550,50 euro per jaar liggen.
  3. Bedrijfsleiders worden uitgesloten. Zij hebben deze mogelijkheid tenslotte al via ipt.
  4. De pensioenleeftijd van de zelfstandige moet vermeld worden in de overeenkomst én mag niet lager zijn dan de wettelijke pensioenleeftijd. Wordt het pensioen aangevraagd of is de wettelijke pensioenleeftijd bereikt? Dan wordt de poz uitbetaald, net zoals bij een andere groepsverzekering. Daarnaast kan het kapitaal van de poz ook worden uitgekeerd in geval van (vroegtijdig) overlijden van de zelfstandige.

Fiscale gevolgen

Verder komen er heel wat fiscale gevolgen kijken bij deze nieuwe pensioenovereenkomst. Hou deze dus zeker in het achterhoofd.

  1. De stortingen in de poz worden niet in mindering gebracht van het inkomen van de zelfstandige, wat verschilt met het vapz. Hierdoor hebben de stortingen in de poz geen invloed op de sociale bijdragen.
  2. De som van het wettelijk pensioen, het vapz én het poz-pensioen mag (omgerekend naar een jaarlijkse rente) niet hoger zijn dan 80% van de laatste drie jaar van de loopbaan als zelfstandige. Verliezen worden ook meegeteld. (opgelet: momenteel bestaan er nog onduidelijkheden over deze begrenzing, zoals meestal het geval is bij nieuwe regelingen)
  3. Door het poz heb je recht op een belastingvermindering van 30% én besparing op de gemeentebelasting.
  4. Er wordt een premietaks van 4,4% geheven, wat niet verschuldigd is bij het vapz.
  5. Bij de uitkering van de poz is er een riziv-bijdrage van 3,55% verschuldigd, wordt er een solidariteitsbijdrage van max. 2% aangerekend én is een afzonderlijk belastingtarief van 10% + gemeentebelasting van toepassing.
  6. De poz wordt belegd in een tak 21 of 23, wat betekent dat er, indien gewenst, meer risico genomen kan worden.
  7. Ook vastgoedfinanciering kan voorzien worden in de poz.

Daarnaast is het, net zoals bij de ipt, ook mogelijk om een ‘backservice’ aan te leggen over de voorbije jaren (bekijk het als een inhaalmanoeuvre). Deze mogelijkheid geldt wel pas vanaf 2018, dus zal de eerste jaren niet zo interessant zijn.

Conclusie

Ons besluit? Dat een poz best enkel aangewend wordt als er voldaan wordt aan deze drie criteria:

  1. Het (sociaal) vapz is volstort.
  2. Er is individueel pensioensparen (fiscaal voordelig in pb) afgesloten.
  3. Er is nog voldoende kapitaal over om extra pensioenopbouw te verzekeren.

Voor de rest achten wij de poz pas écht nuttig vanaf 30.000 euro netto belastbaar inkomen per jaar.

Heb je hier nog vragen over?

Aarzel dan niet om ons te contacteren. Onze specialisten vertellen je er graag wat meer over!