Benieuwd naar de nieuwe fiscaliteit van buitenlands vastgoed?

Wat?

Belgische rijksinwoners die een buitenlands vastgoed bezitten, dienen dit jaar een bijzondere aangifte te doen aan het kadaster, in concreto aan de Cel Buitenlands KI.

Dit is een aangifteverplichting die uiterlijk 31/12/2021 moet gebeuren.

De volgende situaties kunnen zich voordoen:

  • Indien u in uw vorige aangiftes personenbelasting dit buitenlands vastgoed hebt opgenomen, zal u hiervan een schrijven ontvangen per post, of meer waarschijnlijk digitaal via E-box – welke u kan terugvinden onder : be – “mijn documenten” onder de benaming : “Formulier voor aangifte van een goed in het buitenland”.
  • Stel dat u wel een eigendom in het buitenland bezit, en in het verleden niet opgenomen heeft in de aangifte, dient u spontaan aangifte te doen. Het risico bestaat dan wel dat dit aanleiding geeft op een wijziging van uw aangifte personenbelasting van de laatste 3 jaar.
    De kans is groot dat, ingevolge gegevensuitwisseling tussen Europese landen, de fiscus hier trouwens ook van op de hoogte is, en op basis van die info ook een formulier heeft klaar gezet.  Ingevolge artikel 8 van de richtlijn 2011/16/EU wisselen de landen die info namelijk automatisch uit.
  • Indien u in de toekomst een buitenlands vastgoed aankoopt, dient u binnen de 4 maanden daarvan spontaan aangifte te doen aan het kadaster.

Op basis van de info die aangegeven wordt, onder meer datum verwerving van het goed, marktwaarde van het goed (en bij gebreke hiervan de aanschaffingsprijs) zal het kadaster een kadastraal inkomen toekennen aan deze woning.

Hoe ?

De aangifte zelf gebeurt zeer eenvoudig door op dezelfde Myminfin site te surfen naar “Mijn Woning – mijn onroerende gegevens raadplegen è een onroerend goed in buitenland aangeven”.

Meer concrete informatie kan u terugvinden op :

https://financien.belgium.be/nl/particulieren/woning/kadaster/kadastraal-inkomen/kadastraal-inkomen-van-het-buitenland-gelegen

https://financien.belgium.be/sites/default/files/aangifteformulier-ki-buitenlands-onroerend-goed_nl_20210614.pdf

Wat houdt u best bij de hand:

  • Adres van het goed
  • Eigendomsrechten (in geval gemeenschappelijk met uw partner, dient elk een aangifte te doen en 1/2de ingeven)
  • Datum verwerving (indien van toepassing ook datum einde van de werken igv nieuwbouw of verbouwing)
  • Actuele verkoopwaarde
    bij gebreke hiervan de aanschaffingsprijs

De aangifte wijst zich verder vanzelf uit.  (Materieel en outillage dient u enkel in te vullen als het over een handelspand gaat en er machines of installaties aanwezig zijn).

Pas op: om een bewijs te hebben van uw aangifte, niet te snel afloggen…. Neem eerst een printscreen waarop staat dat de aangifte goed is verstuurd.

De verkoop van buitenlands vastgoed dient voortaan ook gemeld. Meest eenvoudige is gewoon via mail aan foreigncad@minfin.fed.be

Waarom ?

Het kadastraal inkomen dat het kadaster dan zal toekennen kan vanaf 2021 opgenomen worden in uw aangifte personenbelasting over inkomstenjaar 2020, ipv de werkelijke huurwaarde die nu moet opgenomen worden.
Dit kadastraal inkomen stemt overeen met het gemiddeld normaal netto-inkomen van één jaar.

Dit is het gevolg van de wet van 17 februari 2021 die er is gekomen ingevolge een arrest van het Europees Hof, waar België werd veroordeeld om haar wetgeving aan te passen, wegens discriminerend.
De discriminatie kan uitgelegd als volgt:

  • Voor Belgisch vastgoed dat je verhuurt of gebruikt als 2de verblijf, dien je enkel het kadastraal inkomen aan te geven en wordt je belast op het geïndexeerd KI verhoogd met 40 %.
  • Voor Buitenlands vastgoed dat je verhuurt of gebruikt als 2de verblijf, moest je de bruto huurwaarde aangeven verminderd met kosten en buitenlandse belasting.
    In praktijk had dit tot gevolg dat voor de meeste buitenlandse goederen de belastbare grondslag hoger was dan voor Belgisch vastgoed.

Voor de duidelijkheid :  in de meeste gevallen is dat buitenlands vastgoed niet belast in België.
Dit inkomen moet wel aangegeven worden in uw aangifte personenbelasting, maar wordt tegelijkertijd vrijgesteld van Belgische belasting omdat het wordt belast in het land waarin het goed gelegen is (indien er een dubbelbelastingverdrag is, ter vermijding van dubbele belasting).

Enkel de intresten voor schulden aangegaan voor de verwerving van het buitenlands goed mogen nog in mindering gebracht worden.  (andere kosten, of de buitenlandse belasting zelf, mogen niet langer in mindering gebracht)

Waarom dan aangeven als het inkomen vrijgesteld is ?
Om zo het belastingtarief te kunnen vaststellen waarop uw andere inkomsten worden getaxeerd.
M.a.w.  de aangifte van dit buitenlands inkomen heeft tot gevolg dat uw andere Belgische inkomsten aan een hoger tarief worden belast, gezien de personenbelasting bestaat uit een progressief tarief dat stijgt, naarmate het inkomen stijgt (dat noemen ze : progressievoorbehoud).

Toepassingsvoorbeeld

Toegepast op een onroerend goed met een verkoopwaarde van 500.000 EUR, zal dit eerst worden herrekend naar de verkoopwaarde in 1975 (omdat onze eigen KI van Belgisch vastgoed ook wordt teruggerekend naar 1975).

Hiervoor werden coëfficiënten vastgelegd, die voor 2021 15,036 bedraagt.
De verkoopwaarde van 1975 bedraagt dan : 500.000/15,036 = 33.253 EUR.
Om dan het KI te berekenen dient dit vermenigvuldigd met een vaste coëfficiënt van 5,3 %.
Het KI is dan gelijk aan 33.253 * 5,3 % = 1.762 EUR.

In de aangifte is belastbare grondslag (die vrijgesteld wordt ingeval van dubbelbelastingverdrag) :
het geïndexeerd KI verhoogd met 40 %.
Voorbeeld : KI = 1.762 EUR, geïndexeerd * 1,863 = 3.282 EUR en verhoogd met 40 % = 4.595 EUR.
Indien er intresten worden betaald voor een lening die is aangegaan hiervoor, kunnen die in aftrek worden genomen, waardoor de impact bijgevolg zeer laag zal zijn.
Pas op : indien u verhuurt aan een onderneming, dient u net zoals in België toch de werkelijke huur aan te geven.

De buitenlandse belasting en andere kosten zijn dan niet meer aftrekbaar.

Als enkel de aanschaffingswaarde van bv. 2005 bekend is en u geeft dit aan bij gebreke aan actuele verkoopwaarde, dan zal een andere correctiefactor dan 15,036 worden gehanteerd voor de berekening van de verkoopwaarde 1975.
Voor 2005 is dat bijvoorbeeld 10,431 è hetzelfde pand aangekocht in 2005 voor 500.000 EUR zal dan een verkoopwaarde hebben van 47.934 EUR.

Caroline Mariën, juriste en vennoot bij AccountingTeam licht u het nodige nog verder toe via https://youtu.be/e14mo8GHVSY

Hulp nodig ?

Contacteer ons gerust indien u hulp nodig heeft.  Wij kunnen u hierin steeds verder helpen.

Indien het kadastraal inkomen wordt betekend, controleer dan zeker of de berekening correct werd gedaan overeenkomstig de wetgeving en circulaire.  Bezwaar is mogelijk in geval van niet akkoord.

AccountingTeam NV

Het aanscherpen van kennis geeft als voordeel een vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing.

Het volgen van opleidingen is en blijft een belangrijk punt in uw carrière en zeker in dat van uw werknemers. Door het volgen van opleidingen blijft men op de hoogte van de laatste stand van zaken en wordt de kennis aangescherpt, zodat er met voldoende kennis van zaken kan worden  gehandeld.

Ook de federale regering heeft dit ingezien, zodoende hebben zij beslist om het volgen van opleidingen optimaal aan te moedigen. Dit willen zij doen door de bedrijfsvoorheffing voor opleidingen gedeeltelijk vrij te stellen.

Het zijn de werkgevers uit de privésector die aanspraak kunnen maken op deze vrijstelling indien één of meerdere werknemers, die ten minste 6 maanden bij hen tewerkgesteld zijn een minimum aantal dagen opleiding volgen en dit binnen een beperkte periode.

Om dit beter te begrijpen kan u volgend overzichtje gebruiken:

Wie? Aantal dagen opleiding? Termijn?
Werkgevers ‘kleine vennootschap’ en werkgevers natuurlijke personen die op overeenkomstige wijze beantwoorden aan de criteria van artikel 1:24 §1-6 WVV 5 dagen Tijdens een ononderbroken periode van 75 kalenderdagen
Ondernemingen waarin ploegenarbeid of nachtarbeid wordt verricht en die een ploegenpremie betalen 10 dagen Te volgen binnen een ononderbroken periode van 60 kalenderdagen. Hierbij is vereist dat de werknemers een ploegenpremie ontvangt tijdens de ononderbroken periode van 60 dagen
Overige werkgevers (= grote ondernemingen, …) 10 dagen Tijdens een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen

 

De opleidingen waar de vrijstelling betrekking op heeft zijn in geen geval opleidingen die verplicht moeten worden gevolgd op basis van wettelijke of reglementaire bepalingen, CAO of een andere gelijkaardige bepaling. Het gaat dus enkel en alleen om opleidingen waar de werkgever extra in investeert (en dus een surplus vormen op de verplichte opleidingen).

De kost van de opleiding moet volledig worden gedragen door de werkgever. Er mag dus zeker geen doorrekening gebeuren op welke manier dan ook naar de werknemer.

De opleiding moet voldoen aan de definitie van artikel 9 van de wet Werkbaar en Wendbaar werk. Dit betekent dat zowel formele als informele opleidingen in aanmerking komen, echter mogen de informele opleidingsdagen slechts een minimum gedeelte uitmaken, dit wil zeggen 10% van 10 dagen opleiding en 20% van 5 dagen.

Wat is nu het voordeel? De werkgever moet 11,75% van de bedrijfsvoorheffing niet doorstorten (ingeval van een normale belastbare bezoldiging). De vrijstelling vindt eenmalig plaats, in de maand waarin de opleiding werd beëindigd. Uiteraard zijn er wel beperkingen op deze vrijstelling zo kunnen bezoldigingen zoals het vakantiegeld, achterstallige bezoldigingen,… niet worden gebruikt voor deze vrijstelling en wordt de vrijstelling berekend op een maximale bezoldiging van 3.500,00 EUR.

Er kan per werknemer voor maximaal 10 opleiding periodes gebruikt worden gemaakt van de vrijstelling.

De vrijstelling treedt in werking vanaf 1 januari 2021.

Mocht u hier meer informatie over wensen, aarzel dan zeker niet om contact op te nemen. Wij helpen u met veel plezier verder

Bron: artikel 275/12 WIB 92, ingevoerd door de Programmawet van 20 december 2020, BS 30 december 2020.

AccountingTeam NV

Corona: update april 2021 – steunmaatregelen…

Wij hebben u reeds verscheidene malen een update bezorgd betreffende de ondersteuningsmaatregelen die van toepassing zijn gedurende de coronacrisis.
Bij deze wensen wij u een kort overzicht te geven van nieuwigheden inzake de ondersteuningsmaatregelen.

1. Globalisatiemechanisme

Dit mechanisme biedt financiële ondersteuning aan de ondernemingen die in de periode 1 april 2020 – 31 december 2020 een omzetdaling van minstens 60% en een boekhoudkundig verlies hebben geleden omwille van de coronamaatregelen.

De onderneming is een vennootschap, vereniging of stichting met rechtspersoonlijkheid van privaat recht die voor 2019 een jaarrekening heeft neergelegd en in 2020 een jaarrekening tijdig zal neerleggen. De vereniging of stichting moeten een economische activiteit uitoefenen. De premie kan worden aangevraagd door ondernemingen die in het laatste kwartaal van 2020 nog actief waren.
De premie kan niet worden aangevraagd door eenmanszaken.

Verder zijn volgende voorwaarden van toepassing:

  • een actieve exploitatiezetel heeft in het Vlaamse Gewest
  • gedurende de periode 1 april 2019 – 31 december 2019 een omzet uit prestaties behaald, exclusief btw, van minstens 450.000,00 EUR
  • in de periode van 1 april 2020 – 31 december 2020 een omzetdaling van minstens 60% gekend ten gevolge van de coronavirusmaatregelen ten opzichte van de overeenkomstige periode in 2019
  • in de periode 1 april 2020 – 31 december 2020 een boekhoudkundig verlies voor aftrek van belasting geleden

Let op : omzet houdt alleen de bedragen in die zijn behaald uit werkelijk geleverde prestaties. Inkomsten uit éénmalige activiteiten of uitzonderlijke activiteiten mogen in geen geval worden meegeteld. Voorschotten mogen pas als omzet worden geteld wanneer de prestatie daadwerkelijk wordt geleverd.

volgende ondernemingen zijn uitgesloten:

  • ondernemingen die zich in niet-actieve toestand bevinden
  • holdingvennootschappen
  • patrimoniumvennootschappen
  • managementvennootschappen
  • ondernemingen waarvan de bestuurder verbonden is met een andere vennootschap die reeds deze premie ontvangt
  • kredietinstellingen

De steun bedraagt 10% van de omzet (exclusief BTW) in de periode 1 april 2019 – 31 december 2019. Deze steun wordt beperkt tot 90% voor kleine ondernemingen en 70% voor middelgrote en grote ondernemingen van de niet gedekte vaste kosten in de periode van 1 april tot en met 31 december 2020. Niet gedekte vaste kosten is het verlies vóór aftrek van de belastingen.
Het verlies vóór aftrek van belastingen wordt bepaald analoog aan de resultaatberekening van code 9903 van de jaarrekening.

Let op : premies die eventueel eerder werden bekomen in het kader van de coronacrisis worden afgetrokken van de uiteindelijke premie.

De premie wordt berekend op basis van 2 manieren, wij verwijzen u daarvoor graag door naar volgende website https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/globalisatiemechanisme/hoeveel-steun-kan-toegekend-worden . Hier kan u uitgebreid terugvinden hoe de premie wordt berekend.

De aanvraag kan worden ingediend tot en met 30 september 2021. U zal hiervoor enkele verplichte bewijsstukken moeten opleveren. Deze stelt de website van VLAIO ter beschikking en kan u via volgende website terugvinden https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/globalisatiemechanisme/aanvraagprocedure

Bij de aanvraag zal u sowieso volgende gegevens moeten meedelen

  • omzet uit geleverde prestaties, exclusief btw uit de periode 1 april 2019 tot en met 31 december 2019
  • omzet uit geleverde prestaties, exclusief btw, uit de periode 1 april 2020 tot en met 31 december 2020
  • verlies, voor aftrek van belastingen, van de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020, zoals berekend voor code 9903 van de jaarrekening
  • tewerkstellingsgegevens in gemiddeld aantal voltijdsequivalenten voor de 3 laatste kwartalen van 2019

Wij kunnen deze aanvraag helaas niet voor u indienen, vermits deze is gelinkt aan de identiteitskaart van de bestuurder van de vennootschap. Aarzel evenwel niet ons te contacteren als je vragen hebt of assistentie wenst bij de aanvraag.
Wij raden aan volgende website te raadplegen vooraleer de aanvraag te starten https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/globalisatiemechanisme/aanvraagprocedure

De beslissing tot toekenning van de premie kan pas worden genomen nadat de jaarrekening over 2020 werd neergelegd. Echter raden wij aan zeker de aanvraag tijdig te doen en niet te wachten tot 30 september 2021.

2. Steun voor de maand maart 2021 en april 2021

Voor de maanden maart 2021 en april 2021 zal er eveneens worden voorzien in ondersteuning, deze maatregelen zijn nog in ontwikkeling.

3. Overbruggingsrecht

Het overbruggingsrecht werd verlengd tot en met 30 juni 2021, zowel het dubbel overbruggingsrecht als het overbruggingsrecht bij omzetdaling.

Het dubbel overbruggingsrecht geldt nog steeds voor de ondernemingen die verplicht gesloten zijn (door de overheid gesloten en take away en click and collect zijn toegestaan) en de ondernemingen die afhankelijk zijn van de verplicht gesloten ondernemingen. In tegenstelling tot wat de overheid eerder heeft gecommuniceerd, kunnen de niet essentiële handelszaken die nu op afspraak werken GEEN aanspraak maken op het dubbel overbruggingsrecht wanneer zij effectief op afspraak werken. Deze niet essentiële handelszaken kunnen uiteraard het overbruggingsrecht mits omzetdaling aanvragen. Wanneer u echter niet af afspraak kan werken (omdat dit niet rendabel is, u dat echt niet kan, geen personeel, …) en u de deuren bijgevolg VOLLEDIG sluit tot en met 25 april 2021, dan kan u wel het dubbel overbruggingsrecht aanvragen. u moet dan wel kunnen bewijzen dat u niet anders kan dan de deuren verplicht sluiten.

4. Belastingvoordeel kwijtschelding huur

Als u een ruimte verhuurt aan een zelfstandige, kleine vennootschap of vereniging die verplicht gesloten werd door de coronamaatregelen, dan kan u aanspraak maken op een belastingvermindering van 30% van de kwijtgescholden huurprijs en huurvoordelen in de maanden maart, april en/of mei 2021.

De verhuurder mag maximaal 5.000,00 EUR per maand per overeenkomst kwijtschelden. In totaal kan de verhuurder maximum 45.000,00 EUR per maand kwijtschelden.

De huurder moet dus een zelfstandige zijn in hoofdberoep of een kleine vennootschap of vereniging. In het verhuurde pand moet de verplicht gesloten economische activiteit worden uitgeoefend. Er mogen geen huurachterstallen zijn en de onderneming mag geen onderneming in moeilijkheden zijn.

Het voordeel kan zowel worden aangevraagd door beroepsmatige als particuliere verhuurders.
Het verhuurde pand moet uiteraard in België gelegen zijn en gebruikt worden in het kader van de economische activiteit van huurder. Verder moet de huurprijs en huurvoordelen kwijtgescholden zijn gedurende de maanden maart, april en mei 2021. Dit moet vrijwillig en schriftelijk worden overeengekomen. Dit schriftelijk bewijs dient te worden bezorgd aan de administratie uiterlijk 15 juli 2021.

Wat als het betrokken pand door de huurder niet uitsluitend voor zijn eigen ondernemingsactiviteit wordt aangewend én de huurprijs niet werd opgesplitst in de huurovereenkomst (deel eigen ondernemingsactiviteit / deel niet voor de eigen ondernemingsactiviteit)?
In dat geval worden de huurprijs en de huurvoordelen die betrekking hebben op het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte bepaald door de huurprijs en de huurvoordelen voor het onroerend goed te vermenigvuldigen met het aandeel van de oppervlakte van het voor de eigen ondernemingsactiviteit aangewend gedeelte van het onroerend goed in de totale oppervlakte van het onroerend goed.

Er mag ook geen band bestaand tussen huurder en verhuurder. Wij verwijzen hiervoor graag naar volgende website https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/subsidiedatabank/belastingvoordeel-kwijtschelding-huur-coronavirus#:~:text=Wie%20een%20pand%20verhuurt%20aan,maart%2C%20april%20en%2Fof%20mei
Via deze website kan u uitgebreid terugvinden welke band wordt uitgesloten.
Sowieso komt u niet in aanmerking wanneer de vennootschap een pand huurt van een bestuurder.
Ook mogen huurder en verhuurder geen verbonden vennootschappen zijn.

Dit voordeel kan momenteel nog niet worden aangevraagd. De procedure is nog in ontwikkeling.
U vindt voorlopig meer info hier https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/subsidiedatabank/belastingvoordeel-kwijtschelding-huur-coronavirus#:~:text=Wie%20een%20pand%20verhuurt%20aan,maart%2C%20april%20en%2Fof%20mei

Wij hopen u met deze informatie een handleiding te bieden in het kluwen van maatregelen dat momenteel bestaat. Mocht u nog vragen hebben of meer toelichting wensen, aarzel dan zeker niet contact op te nemen.

AccountingTeam nv

Corona: telewerk nog steeds verplicht…

Het laatste overlegcomité heeft weer voor opschudding gezorgd. Eén van de laatste beslissingen die werd genomen betreft de verplichte registratie van werknemers die niet kunnen thuiswerken.

Het telewerk is nog steeds verplicht voor alle ondernemingen, verenigingen en diensten en voor alle werknemers. Er is een uitzondering voorzien voor de werknemers die omwille van de aard of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.

Indien het telewerk niet kan worden toegepast is het vanzelfsprekend dat alle regels in verband met social distancing dienen te worden nageleefd.

Op 25 maart 2021 werd er beslist om de verplichting tot telewerken uit te breiden met een verplichting tot registratie van de werknemers.

Voor wie is dit bedoeld?

Dit houdt in dat elke werkgever, ongeacht de sector, elke maand een aantal gegevens dient mee te delen aan de RSZ, met name:

  • Het aantal personen werkzaam bij de onderneming. Indien er meerdere vestigingen zijn, dient het aantal te worden doorgegeven per vestiging
  • Het aantal personen werkzaam bij de onderneming die een functie uitoefent die niet telewerk-baar is.

De aangifte dient te worden voldaan door alle werkgevers, behalve voor de ondernemingen die verplicht gesloten zijn. Als werkgever kan u zich aanmelden met de E-ID, itsme of de andere mogelijkheden die zijn voorzien door CSAM.

Wat moet opgegeven worden?

De aangifte heeft betrekking op het aantal werknemers op de eerste werkdag van de maand en wordt ingediend uiterlijk op de zesde kalenderdag van de maand, bijvoorbeeld voor april dient de aangifte te gebeuren op basis van het aantal werknemers op 1 april 2021 en dit dient te worden doorgegeven aan de RSZ uiterlijk 6 april 2021.

Hoe?

De aangifte gebeurt digitaal via:
https://www.rsz.be/coronacrisis/maandelijkse-aangifte-met-betrekking-tot-het-telewerk

Bij het invullen van de aangifte dient u volgende stappen te ondernemen:

  1. U dient als eerste aan te geven of uw onderneming beschikt over meerdere vestigingen.
    Indien zij beschikt over meerdere vestigingen, zal u deze dienen te identificeren aan de hand van het nummer van de vestiging (dit kan u vinden in de KBO)
  2. Daarna zal u het aantal tewerkgestelde personen moeten invullen. Dit is steeds de situatie zoals ze zich voordoet op de eerste dag van de maand. Als er bijvoorbeeld een nieuwe werknemer start op de tweede dag, dient u hier geen rekening mee te houden.
    Een werknemer is elke persoon die gebonden wordt door een arbeidsovereenkomst, statuut, …. Langdurig zieken en personen in tijdskrediet worden eveneens meegenomen in de berekening, evenals personen met een ambulante functie (vb. koeriers, …)LET OP indien u gebruik maakt op structurele basis van uitzendkrachten, personeel van een andere onderneming (vb. bewaking, …) dient u deze werknemers mee op te nemen in de aangifte. Ook werknemers op zelfstandige basis dienen mee te worden opgenomen (indien dit structureel is)
  3. Ten slotte dient u het aantal werknemers door te geven die een niet-telewerkbare functie uitoefenen. Ook dit is de situatie zoals ze zich voordoet op de eerste dag van de maand. Latere wijzigingen dienen pas te worden doorgegeven naar de volgende maand toe. Het betreft een maandelijkse aangifte. Een niet-telewerkbare functie is dan elke werknemer die wegens de aard van zijn functie niet kan thuiswerken (het moet onmogelijk zijn)
  4. Verder dient u nog de contactgegevens in te vullen waar de overheid u kan bereiken voor verdere informatie

Voor u de aangifte indient moet u zeker de aangifte goed controleren, dat alle gegevens correct en representatief zijn. Bij een controle zullen deze cijfers uiteindelijk ook worden geraadpleegd.

Het spreekt voor zich dat wij deze aangifte niet voor u kunnen indienen, mocht u meer informatie wensen staan wij u graag te woord.
Veel informatie kan u bovendien terugvinden op de volgende website:

https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/applics/coronavirus/index.htm#01

AccountingTeam NV

innovatie

Nieuw rekeningnummer

Vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en belasting niet-inwoners vennootschappen betaalt u voortaan op een nieuw rekeningnummer

U zal merken dat op het aanslagbiljet in de vennootschapsbelasting (aanslagjaar 2020), rechtspersonenbelasting of belasting niet-inwoners vennootschappen een nieuw rekening nummer staat.

Merk op dat u voortaan moet betalen op het nieuwe rekeningnummer BE42 6792 0000 0054.

Dit rekeningnummer zal u in de komende periode meer zien terugkomen. Het lijkt de bedoeling te zijn dat op een moment alle fiscale schulden daarop betaald moeten worden.

U kan deze aanslagbiljetten online betalen via MyMinfin! Dat is altijd veilig, op het juiste rekeningnummer en met de juiste mededeling.

Mocht u hierover nog verdere vragen hebben, of wenst u verdere toelichting hieromtrent, aarzel dan zeker niet om ons te contacteren.

subsidie investering vrachtwagen

Investeerde uw onderneming in veilig en ecologisch transport?

Steeds meer transportfirma’s investeren in verkeersveilige en ecologische vrachtwagens.

Uiteraard is de Vlaamse Overheid hier héél tevreden over en als aanmoediging kan u dan ook genieten van financiële steun voor deze investeringen.

Indien uw onderneming investeerde in een verkeersveilig en ecologisch vrachtwagenpark van +3,5 ton voor minstens 1000,00 euro, dan kan u tot 17 december 2020 een subsidieaanvraag indienen voor “veilig en ecologisch transport”.

De financiële steun kan tot 5000,00 euro per vrachtwagen oplopen. Let er wel op dat subsidie enkel geldt voor investeringen van de afgelopen 3 jaar.

Indien uw onderneming een investering in een lichte vracht op CNG of LNG overweegt, dan kan u als ondernemer een ecologiepremie+ aanvraag indienen, deze subsidieaanvraag dient wel ingediend te worden alvorens de uitvoering hiervan plaatsvindt.

Mocht u hierover nog verdere vragen hebben, of wenst u verdere toelichting hieromtrent, aarzel dan zeker niet om ons te contacteren.

kilometervergoeding pro verplaatsing

Kilometervergoeding voor professionele verplaatsingen…

Wanneer werknemers of bedrijfsleiders hun eigen wagen, motorfiets of bromfiets gebruiken voor verplaatsingen in opdracht van hun werkgever kunnen zij hiervoor een kostenvergoeding krijgen. De werkgever heeft dan de keuze om de werkelijk gemaakte kosten te vergoeden of een forfaitaire vergoeding toe te kennen. Daarvoor kan hij zich baseren op de vergoeding die is uitgewerkt voor federale ambtenaren.

Jaarlijks wordt de kilometervergoeding aangepast aan de hand van de gezondheidsindex. Ook voor de periode 01/07/2020 – 30/06/2021 is deze vergoeding geïndexeerd. De kilometervergoeding bedraagt dan ook voor deze periode 0,3542 EUR en is van toepassing op elk voertuig (zonder uitzondering).

Alhoewel deze forfaitaire vergoeding in eerste instantie van toepassing is op federale ambtenaren, kunnen werknemers uit de privé-sector er dus ook beroep op doen. In dat geval is de kilometervergoeding vrij van belasting en van sociale bijdragen.

Noteer evenwel dat ook hier de “40-dagenregel” in acht worden genomen. Die regel stelt dat verplaatsingen van huis naar een klant beroepsverplaatsingen zijn, maar zodra een werknemer/bedrijfsleider meer dan 40 dagen bij eenzelfde klant, én op dezelfde locatie actief is, deze locatie (van de klant) kwalificeert als een ‘vaste plaats van tewerkstelling’. Bijgevolg is die verplaatsing woon-werkverkeer, wat in beginsel een kost eigen de werknemer is, waarvoor voormelde kostenvergoeding niet kan gelden.

Bron: Omzendbrief nr. 683 van 12 juni 2020 betreffende de aanpassing van het bedrag van de kilometervergoeding 2020, BS 24 juni 2020

Aarzel niet ons te contacteren indien u hierover verdere toelichting wenst.

duwtje in de rug corona

Verhoogde investeringsaftrek 2020

De wet van 15 juli 2020 houdende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID 19 pandemie, beter bekend als de Corona III wet, bevat onder andere een wijziging van het regime van de investeringsaftrek als volgt:

  • De aftrek wordt verhoogd naar 25 % voor nieuwe vaste activa, die rechtstreeks verband houden met de economische activiteit.
    De activa moeten tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 werkelijk worden verkregen of tot stand gebracht.
  • De overdracht van de investeringsaftrek voor activa verworven in 2019 wordt uitgebreid naar 2021 (moest er onvoldoende winst zijn in 2020).

Wat is deze investeringsaftrek nu juist ?

Het betreft een fiscale maatregel ter ondersteuning van investeringen door vrijstelling van een gedeelte van de belastbare winst in functie van de gedane investeringen. Het standaardpercentage bedroeg 8 %, en voor sommige investeringen of periodes werd dit in het verleden verhoogd. Het is van toepassing op investeringen in “nieuwe” “beroepsmatig” gebruikte activa waarop “afgeschreven” kan worden. Er zijn bij wet wel wat investeringen uitgesloten, dus steeds vooraf te bekijken of uw geplande investering hieronder valt. Zijn bijvoorbeeld uitgesloten: investeringen die niet uitsluitend voor beroep gebruikt worden, maar ook voor privé gebruikt, of investeringen die verhuurd gaan worden, investeringen in wagens,…)
De investeringsaftrek is een bijkomende aftrek of vermindering van uw belastbare winst, berekend in dit geval in 2020 uitzonderlijk op 25 % van de aanschaffingswaarde van de investering.
Deze maatregel is enkel van toepassing op kleine vennootschappen en eenmanszaken => met name indien ze minstens aan 2 van volgende voorwaarden voldoen : max. 50 personeelsleden, jaaromzet kleiner dan 9.000.000 EUR en balanstotaal maximaal 4.500.000 EUR.

Voorbeeld

Een investering in een nieuwe machine (aankoop tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020) van 40.000,00 EUR levert een belastingvoordeel op van 2.500,00 EUR —> gezien 10.000,00 EUR (25 % van de aanschaffingswaarde) van uw belastbare winst wordt vrijgesteld van belasting (en voor zover de vennootschap onderworpen is aan het normale tarief van 25 % vennootschapsbelasting).
Naast de afschrijving zelf op die machine, mag de vennootschap dus in het jaar van aanschaf aldus extra 10.000,00 EUR van de winst vrijstellen van belasting.

Verdere info kan u onder meer terugvinden op de website: https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/sub…

Aarzel niet onze juridische dienst te contacteren indien u hierover verdere toelichting wenst.

cultuur evenement

Steunmaatregelen voor de cultuur- & evenementensector

We hebben u reeds verschillende nieuwsbrieven bezorgd met betrekking op de verscheidene premies die reeds werden toegekend naar aanleiding van de coronacrisis.

Met deze nieuwsbrief wensen wij u meer specifiek te informeren over de premies met betrekking op de ondernemers in de cultuur en evenementensector.

Cultuur coronapremie

De cultuur coronapremie is een forfaitaire subsidie van 1.500,00 EUR voor de ondernemers in de cultuursector die momenteel niet kunnen genieten van andere federale en regionale premies, doch schade hebben geleden door de coronacrisis. De premie is bedoeld voor de ondernemers die momenteel naast de verscheidene premies hebben gegrepen.

De premie staat open voor alle natuurlijke personen die professioneel actief zijn binnen de Vlaamse cultuursector en voldoen aan de voorwaarden.

Voor werknemers zijn dit de volgende:

  • Woonplaats in het Nederlands taalgebied of het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
  • In de eerste jaarhelft van 2020 actief binnen een van de opgesomde paritaire comités en professioneel actief in de Vlaamse Cultuursector.
  • Geen gebruik van Brusselse premie voor cultuurwerkers
  • Tijdens tweede kwartaal 2020 lag het bruto-inkomen lager dan 4877,16 EUR. Het totaal bruto-inkomen berekent u door het brutoloon samen te tellen met vervangingsinkomens en omzet als zelfstandige.

Voor zelfstandigen zijn dit de volgende:

  • Gevestigd in het Nederlands taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad.
  • De eenmanszaak was op 13 maart 2020 en is vandaag eveneens niet in staat van faillissement, is stopgezet of in staat van vereffening.
  • Geen gebruik van de volgende premies: Vlaamse hinderpremie, Vlaamse compensatiepremie, Brusselse hinderpremie, Brusselse compensatiepremie of het federale overbruggingsrecht voor zelfstandigen of de Brusselse premie voor cultuurwerkers.
  • Tijdens tweede kwartaal 2020 lag het bruto-inkomen lager dan 4877,16 EUR. Het totaal bruto-inkomen berekent u door het brutoloon samen te tellen met vervangingsinkomens en omzet als zelfstandige.

U kan de aanvraag doen via volgende link: https://authenticatie.vlaanderen.be/stb/html/ssologin.

  • U dient deze aanvraag zelf in orde te brengen, wij kunnen deze helaas niet voor u in orde brengen
  • De applicatie werkt niet via mobiele toestellen.
  • Indien u de aanvraag doet als zelfstandige, meldt u dan aan met uw ondernemingsnummer
  • De deadline is 31 augustus 2020 om 15u00.

Nadat u de aanvraag heeft ingediend, wordt onderzocht of u in aanmerking komt voor de premie. De uitbetaling zal pas plaatsvinden na 31 augustus 2020. U wordt hiervan per e-mail op de hoogte gebracht.

Ook hier geldt de regel dat indien u onterecht de premie heeft ontvangen, de premie zal kunnen worden teruggevorderd.

U vindt meer informatie via volgende link: https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/de-cultuurcoronapremie

Terug betaalbaar voorschot evenementensector

In de evenementensector huist nog steeds grote onzekerheid, over de heropstart kan geen zekerheid worden geboden. Om aan deze onzekerheid tegemoet te komen voorziet de Vlaamse Overheid een terug betaalbaar voorschot voor organisatoren dat werkkapitaal moet creëren om nieuwe evenementen op te zetten en voor te bereiden vanaf najaar 2020.

De data zijn voorlopig vastgesteld als volgt:

  • In september voor evenementen tot en met 31/12/2020
  • In november/begin december voor evenementen in 2021

Het terug betaalbaar voorschot bedraagt 60% van de kosten met een minimum van 25.000,00 EUR en een maximum van 800.000,00 EUR. Deze kosten mogen alleen slaan op de niet recupereerbare kosten en onvermijdbare facturen. Let wel er zal een kost van 2% worden aangerekend ten koste van de steunaanvrager.

Deze terugbetaling is mogelijk voor alle ondernemingen en Vzw’s met een operationele exploitatiezetel in Vlaanderen. Het is van toepassing op alle evenementen die plaatsvinden in het Vlaams of Brussels Gewest.

Let wel indien het evenement toch zou doorgaan, moet het voorschot worden terugbetaald binnen de 3 maanden na het evenement. Indien het evenement niet doorgaat en wordt geannuleerd omwille van overheidsmaatregelen met betrekking tot COVID-19, moet het voorschot niet worden terugbetaald.

U kan hier als ondernemer uiteraard niet zonder meer een beroep op doen. U moet onder meer een groene score van de CERM-scan kunnen voorleggen(via volgende link https://www.covideventriskmodel.be/), rendabel businessplan kunnen voorleggen, over voldoende financiering beschikken, … U moet met andere woorden kunnen aantonen dat u nog steeds een rendabele onderneming bent die wordt getroffen door de coronacrisis.

Let op: u kan deze aanvraag nog niet indienen. Meer informatie kan u vinden via volgende link: https://www.vlaio.be/nl/subsidies-financiering/voorschot-voor-organisatoren-van-evenementen

Mocht u hier nog vragen over hebben of u wenst meer toelichting, kan u ons hiervoor altijd contacteren.

schuldeisers

Bescherm uw gezinswoning tegen professionele schuldeisers

In het geval uw privévermogen niet afgescheiden is van uw zakelijk vermogen, bestaat de kans dat u privé wordt aangesproken voor zakelijke schulden. Professionele schuldeisers zouden zich dan kunnen verhalen op uw privévermogen, waaronder uw gezinswoning, ingevolge schulden ontstaan in het kader van uw beroepsactiviteit. Hierbij denken we vooreerst aan de zelfstandige in de eenmanszaak.

Om zijn privévermogen te beschermen kan de zelfstandige in de eerste plaats kiezen voor het oprichten van een vennootschap die een aparte (rechts)persoon uitmaakt en bijgevolg een apart vermogen heeft. In dit geval is niet de zelfstandige maar wel de vennootschap gehouden met heel haar vermogen om de verbintenissen na te komen en de schulden ontstaan in het kader van de beroepsactiviteit te voldoen.

Echter in bepaalde vennootschapsvormen zijn de vennoten/aandeelhouders persoonlijk en hoofdelijk gehouden met hun privévermogen. Hierbij denken we aan de VOF en CommV. Daarnaast is de mogelijkheid dat de bestuurder van de vennootschap instaat met zijn privévermogen voor de vennootschapsschulden in het kader van de bestuurdersaansprakelijkheid of ingeval van een openstaande schuld in rekening-courant.

In de meeste gevallen maakt de gezinswoning het belangrijkste goed uit van het privévermogen van de zelfstandige. De wetgever biedt de mogelijkheid om de gezinswoning eenzijdig te onttrekken aan het onderpand van de schuldeisers door het afleggen van een verklaring van onbeslagbaarheid voor de notaris (Wet 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV), BS 8 mei 2007). Zo beschermt u de zakelijke rechten ten aanzien van de gezinswoning (het eigendomsrecht, het vruchtgebruik, het erfpacht en het recht van opstal) en kunnen de professionele schuldeisers geen beslag leggen op de woning. Er kan uiteraard slechts één gezinswoning zijn. Het gaat om een feitelijke situatie: de plaats waar het gezin of de alleenstaande gewoonlijk leeft.

De regelgeving is van toepassing op elke zelfstandige, waarbij het begrip zelfstandige ruim geïnterpreteerd moet worden: zowel vrije beroepers als zaakvoerders en bestuurders van ondernemingen kunnen zich beroepen op deze bescherming. Het kan gaan om zelfstandigen in bijberoep, in hoofdberoep of zelfstandigen die na hun pensioen nog actief zijn.

In geval van gemengd gebruik van de gezinswoning, omdat de zelfstandige bijvoorbeeld een bureauruimte heeft in de woning, moet de notariële verklaringsakte duidelijk vermelden hoeveel percentage het woongedeelte uitmaakt en hoeveel percentage het beroepsgedeelte uitmaakt. Hierbij moet de totale oppervlakte van het gebouw als van het terrein in rekening worden gebracht.

  • Is de ruimte voor beroepsdoeleinden < 30% –> De volledige gezinswoning geniet bescherming door de verklaring onbeslagbaarheid gezinswoning.
  • Is de ruimte voor beroepsdoeleinden > 30% –> De onbeslagbaarheid slaat enkel op het woongedeelte van de gezinswoning. Bovendien dienen voorafgaandelijk statuten te worden opgesteld zodat verschillende juridische entiteiten binnen het onroerend goed worden gecreëerd. Een gedwongen verkoop van het beroepsgedeelte dat beslagbaar blijft, is hier mogelijk. Deze hypothese brengen uiteraard bijkomende kosten met zich mee.

De verklaring biedt enkel bescherming ten aanzien van schulden die verband houden met de professionele activiteit (beroepsschulden), met uitzondering van volgende schulden waarvoor er nooit een bescherming geldt:

  • ten aanzien van gemengde schulden, die verband houden met zowel het privéleven als de beroepsactiviteit van de zelfstandige
  • schuldvorderingen die het gevolg zijn van een misdrijf (bv. administratieve boetes)
  • schuldvordering op basis van een kennelijke bestuursfout die heeft bijgedragen tot het faillissement;

En bovendien heeft de verklaring enkel uitwerking t.a.v. schuldvorderingen die ontstaan zijn na het afleggen van de verklaring van onbeslagbaarheid voor de notaris en na de overschrijving van deze akte op het hypotheekkantoor. Het afleggen van de verklaring biedt dus geen soelaas voor de zelfstandigen met reeds bestaande financiële moeilijkheden.

Wenst u hierover meer informatie, aarzel niet onze juristen te contacteren.

AccountingTeam nv

Bronnen: