Een vordering in R/C op uw vennootschap omzetten in een lijfrente…

08-08-2016

Een vordering in R/C op uw vennootschap omzetten in een lijfrente…

Lijfrente is vooral bekend in de wereld van het onroerend goed. Meestal wordt het woonhuis van een oudere persoon, bijvoorbeeld zonder erfgenamen, verkocht op lijfrente. In plaats van een volledige koopsom, ontvangt de verkoper iedere maand een som van de koper. Het woonhuis wordt volledig eigendom van de koper bij het overlijden van de verkoper.

Een lijfrente kan ook gevestigd worden op een vordering die de zaakvoerder of aandeelhouder heeft op de vennootschap, waarna de vennootschap maandelijkse of jaarlijkse betalingen zal uitvoeren aan de rentegenieter, zijnde de zaakvoerder of aandeelhouder. Het contract om een lijfrente te vestigen op een vordering, kan zonder al te veel formaliteiten afgesloten worden, zonder notaris en zonder verplichte registratie. Ook de modaliteiten van de lijfrente zijn vrij te bepalen.

Termijn van lijfrente

De lijfrente is allereerst een kanscontract: er moet een onzekere factor inzitten, zijnde de datum van overlijden van de rentegenieter.

De termijn van de lijfrente kan wel vrij gekozen worden: ze kan beperkt worden tot een bepaald aantal jaren of levenslang gelden. De onzekere factor van overlijden is bij beide systemen aanwezig. Het vestigen van een levenslange lijfrente is fiscaal het meest optimaal gezien de 'kansfactor' dan het grootste is.

Inflatie

Op basis van de te verwachten levensduur wordt een bedrag bepaald dat jaarlijks door de vennootschap aan de zaakvoerders/aandeelhouders, namelijk de rentegenieter, zal worden uitgekeerd. Dit bedrag wordt evenwel ieder jaar met bijvoorbeeld 2 % verhoogd, om de inflatie in te calculeren. Er wordt een forfaitair percentage gebruikt, omdat het een te grote administratieve last zou zijn om ieder jaar het bedrag aan de werkelijke inflatie aan te passen. Het is aan te raden om na iedere periode van 10 jaar een 'realitycheck' te doen door de bedragen werkelijk te indexeren met bijvoorbeeld de index der consumptieprijzen.

Interest

De jaarlijkse rente wordt bovendien ook berekend met inachtname van een interest van 6 tot 7% (soms 8%) Deze interest kan worden aangerekend omdat de vennootschap geld ter beschikking krijgt van de aandeelhouders, en dus niet moet gaan lenen bij kredietinstellingen. Bovendien krijgt de vennootschap op lange termijn de mogelijkheid om het geld te gebruiken, en is (meestal) een lange looptijd van de lijfrente overeengekomen.

Ook hier wordt meestal om de 10 jaar een referentiepunt ingevoerd, en de overeengekomen interest vergeleken en eventueel aangepast aan de OLO op 30 jaar, te vermeerderen met enkele punten.

Modaliteit van betalingen

Eerder zijn wij er vanuit gegaan dat er jaarlijks een betaling zou gebeuren van de vennootschap aan de rentegenieter, doch ook dit is vrij te bepalen. Zo kan er bijvoorbeeld maandelijks een uitkering gebeuren. Ook kan men overeenkomen dat er de eerste jaren geen uitkering zal gebeuren, maar slechts vanaf de rentegenieter de leeftijd van 65 jaar bereikt (dus als extra pensioen). Zoals gezegd kunnen de partijen vrij de modaliteiten overeenkomen.

Vestiging

De vestiging van de lijfrente kan op een persoon gebeuren, maar aan te raden is de lijfrente te vestigen op twee of meerdere personen, waarbij dan wordt overeengekomen dat de langstlevende de lijfrente volledig overneemt bij eventueel overlijden.

Afkoop

Eerder werd gezegd dat de lijfrente voor de levensduur van de rentegenieter kan worden afgesloten, doch er is altijd de mogelijkheid van de vennootschap om de lijfrente af te kopen.
Dit wil dan zeggen dat de vennootschap alles terugbetaald aan de rentegenieters.
Uiteraard heeft de vennootschap dan al enkele deelbetalingen gedaan door de jaarlijkse renten. Deze moeten dan ook in rekening worden gebracht bij de afkoop, evenals de te verwachten levensduur van de rentegenieter op moment van de afkoop. Het kans-element blijft ook hier belangrijk.

Bij de afkoop moet de rentegenieter dan ook een medisch attest voorleggen van een geneesheer over de te verwachten levensduur.

Indien een rentegenieter lijdt aan terminale kanker, de vennootschap immers niet meer zoveel betalingen moeten uitvoeren, en zou de afkoopsom dus ook minder zijn.

Fiscale benadering

Personenbelasting

De belastbare grondslag voor de lijfrente in de personenbelasting van de rentegenieter is 3% van het rentekapitaal, bijvoorbeeld: lijfrente gevestigd van 100.000,00 EUR -> grondslag PB is 3.000,00 EUR, waarop belastingen worden geheven aan een tarief van 27%. De lijfrente wordt pas belast vanaf het moment dat de rente wordt uitbetaald.

Indien de rentebetalingen dus worden uitgesteld tot 65 jaar, zal men de voorgaande jaren van de rente dus geen personenbelastingen betalen op de lijfrente. De afkoopwaarde wordt in principe niet in de personenbelasting belast.

Vennootschapsbelasting

De lijfrente wordt als voorziening aangelegd. De voorziening moet ieder jaar wel worden aangepast, op basis van recente tabellen (bijvoorbeeld gewijzigde levensverwachting, gewijzigde inflatieverwachtingen etc (om 10 jaar zie supra) De betalingen worden als kost geboekt en zijn aftrekbaar. De interest wordt zelfs de facto hoger afgetrokken dan ze wordt betaald.

Indien bij afkoop van de lijfrente (dus de vroegtijdige beëindiging) de afkoopwaarde hoger is dan de voorziening die op dat moment nog was aangelegd, is het verschil tussen beide aftrekbaar als kost. Anderzijds, indien de afkoopwaarde minder is dan de voorziening, is het verschil belastbaar in de vennootschapsbelasting.

Successierechten

Indien de rentegenieter sterft en de lijfrente niet over wordt gedragen aan de langstlevende (dus in één hoofd gevestigd), zijn de erfgenamen geen successierechten verschuldigd. Alles zit immers in de lijfrente, die dan wordt beëindigd. De vennootschap wordt eigenaar van de volledige vordering / liquiditeiten. De voorziening die is aangelegd op de lijfrente op dat moment, wordt belast in de vennootschapsbelasting.

Voor erfgenamen van de rentegenieter is het dus aan te raden om de lijfrente op twee hoofden te vestigen, en overdraagbaar te maken aan de langstlevende. Op het moment van het overlijden van één van beide rentegenieters, is het aan te raden de som af te kopen, om het zo niet aan de nalatenschap van de rentegenieters te onttrekken.

Als besluit kunnen we dus stellen dat de lijfrente een interessant instrument is om een vordering in de vennootschap fiscaal te optimaliseren. De lijfrente op een vordering is echter, gezien kosten van experts die wel tussen moeten komen, pas rendabel vanaf 60.000 EUR.

Mocht u verdere info wensen, aarzel niet ons te contacteren!

Disclaimer

De door AccountingTeam aangeleverde informatie wordt slechts voor informatiedoeleinden voorbereid en aangeboden. Het vormt geen juridisch of ander professioneel advies en lezers worden aanbevolen niet op basis van deze informatie te handelen zonder eerst juridisch advies in te winnen. Het materiaal mag enkel voor persoonlijk gebruik worden geconsulteerd en gebruikt. Elk ander gebruik is verboden. De auteurs van de aangeleverde informatie en documenten aanvaarden geen aansprakelijkheid voor het gebruik ervan.